Eigen schuld bij een verkeersongeval: krijgt u nog schadevergoeding?
Heeft u zelf een fout gemaakt bij een verkeersongeval? Dan betekent dat niet automatisch dat u geen schadevergoeding meer kunt krijgen. Bij letselschade wordt met eigen schuld juridisch bedoeld dat de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. De schade kan dan onder omstandigheden tussen partijen worden verdeeld. Hoe groot uw eigen aandeel is, hangt niet alleen af van de vraag wie een verkeersregel heeft overtreden. Er wordt ook gekeken naar de mate waarin de gedragingen van beide partijen daadwerkelijk aan het ontstaan van de schade hebben bijgedragen. Daarna kan in bepaalde situaties nog een billijkheidscorrectie worden toegepast. Bij fietsers en voetgangers die door een motorrijtuig worden aangereden gelden bovendien bijzondere beschermingsregels.
Kort antwoord
Ook wanneer u gedeeltelijk zelf verantwoordelijk bent voor een verkeersongeval, kunt u nog recht hebben op schadevergoeding. Artikel 6:101 BW bepaalt in hoofdlijnen dat wanneer schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht kan worden verminderd. Eerst wordt gekeken naar de mate waarin de omstandigheden aan beide zijden tot de schade hebben bijgedragen. Vervolgens kan de billijkheid aanleiding geven tot een andere verdeling. Bent u als fietser of voetganger van 14 jaar of ouder aangereden door een motorrijtuig, dan kan daarnaast de 50%-regel van toepassing zijn. Onder de daarvoor geldende voorwaarden komt dan ten minste 50% van de schade voor rekening van de gemotoriseerde partij. Daarna moet nog worden beoordeeld of méér dan 50% moet worden vergoed.
Wat betekent 'eigen schuld' juridisch?
De term kan verwarrend zijn. In het dagelijks taalgebruik klinkt “eigen schuld” alsof iemand persoonlijk verwijtbaar heeft gehandeld. Juridisch is het begrip breder. Het gaat om de vraag of de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. Een verkeersfout is een duidelijk voorbeeld, maar eigen schuld kan ook bij andere omstandigheden een rol spelen.
Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin:
- iemand geen voorrang verleent;
- iemand door rood rijdt;
- een verkeersdeelnemer onvoldoende oplet;
- iemand een gevaarlijke manoeuvre maakt;
- het niet dragen van een gordel de gevolgen van een ongeval heeft vergroot.
Of zo'n omstandigheid daadwerkelijk leidt tot een vermindering van de schadevergoeding, moet steeds aan de hand van de concrete situatie worden beoordeeld.
Eigen schuld betekent niet automatisch: geen schadevergoeding
Een belangrijk misverstand is: “Als ik zelf een fout heb gemaakt, krijg ik niets.” Dat klopt niet als algemene regel. Eigen schuld kan ertoe leiden dat slechts een gedeelte van de schade voor rekening van de aansprakelijke partij komt. Het is dus vaak een vraag van verdeling, niet automatisch een alles-of-niets-vraag.
Een uitkomst kan bijvoorbeeld zijn dat de aansprakelijke partij:
- 100% van de schade vergoedt;
- 80% vergoedt;
- 70% vergoedt;
- 50% vergoedt;
- of in andere situaties een ander gedeelte draagt.
Welke verdeling juridisch juist is, kan niet alleen uit één verkeersfout worden afgeleid.
Hoe wordt het percentage eigen schuld bepaald?
De beoordeling bestaat in beginsel uit twee stappen.
Stap 1 — causaliteitsverdeling. Eerst wordt gekeken in welke mate de omstandigheden aan beide kanten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Dit wordt de causaliteitsafweging of causaliteitsverdeling genoemd. Rechtspraak omschrijft dit als een verdeling naar evenredigheid van de mate waarin de aan beide partijen toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen.
Stap 2 — billijkheidscorrectie. Daarna kan worden beoordeeld of de uitkomst op grond van de billijkheid moet worden aangepast. De Hoge Raad heeft bevestigd dat die billijkheidsbeoordeling een afzonderlijke stap vormt. Daardoor hoeft de uiteindelijke schadeverdeling niet altijd exact gelijk te zijn aan de puur causale verhouding.
Wat is de causaliteitsverdeling?
Bij de causaliteitsverdeling wordt niet simpelweg geteld hoeveel verkeersregels iedere partij heeft overtreden. De vraag is vooral: in welke mate hebben de gedragingen en omstandigheden aan beide zijden bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval of de schade?
Bijvoorbeeld: een automobilist rijdt te hard, terwijl een fietser zonder voorrang te verlenen de weg oprijdt. Dan kunnen beide gedragingen hebben bijgedragen aan de botsing. Er moet worden onderzocht welk gewicht de fout van de automobilist en de fout van de fietser ieder hebben gehad.
Daarbij kunnen onder andere relevant zijn:
- snelheid;
- zicht;
- voorrang;
- verkeerslichten;
- afstand;
- reactiemogelijkheid;
- positie op de weg;
- onverwachte manoeuvres;
- verkeersdrukte;
- andere omstandigheden rondom de aanrijding.
De uitkomst is sterk feitelijk. **Lees verder:** Gedeelde aansprakelijkheid
Wat is de billijkheidscorrectie?
Na de causaliteitsverdeling kan de billijkheid aanleiding geven om de schade anders te verdelen. Daarbij kunnen omstandigheden van het concrete geval een rol spelen. De billijkheidscorrectie is dus geen tweede causaliteitsberekening. Het is een afzonderlijke juridische correctie op de causale verdeling.
De Hoge Raad benadrukte in 2025 opnieuw dat bij toepassing van artikel 6:101 BW een zelfstandige beoordeling van de billijkheid moet plaatsvinden. Welke omstandigheden voldoende zwaar wegen om de verdeling aan te passen, verschilt per zaak. Meer uitleg over deze juridische begrippen vindt u in de juridische kennisbank.
Voorbeeld: beide bestuurders maken een fout
Stel: een automobilist rijdt harder dan toegestaan. Tegelijkertijd rijdt een andere verkeersdeelnemer zonder goed uit te kijken een kruising op. Beide gedragingen kunnen bijdragen aan het ontstaan van de botsing.
Het is dan te eenvoudig om uitsluitend vast te stellen: “De ene partij reed te hard.” of: “De andere partij verleende geen voorrang.” Er moet worden onderzocht hoe belangrijk beide fouten daadwerkelijk waren voor het ontstaan van de schade. Pas daarna kan worden bepaald welk deel van de schade voor rekening van iedere partij komt.
Is geen voorrang verlenen altijd 100% eigen schuld?
Nee. Dat iemand volgens de verkeersregels geen voorrang heeft verleend, kan een belangrijke fout zijn. Het percentage eigen schuld volgt daar echter niet automatisch uit. De andere verkeersdeelnemer kan eveneens een fout hebben gemaakt.
Denk bijvoorbeeld aan:
- te hoge snelheid;
- onvoldoende oplettendheid;
- onjuist voorsorteren;
- onvoldoende afstand;
- door rood rijden;
- onvoldoende anticiperen op zichtbaar gevaar.
Daarom moet de volledige verkeerssituatie worden beoordeeld.
Wat als de andere partij ook schuld heeft?
Dan kan sprake zijn van een gedeelde verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de schade. Bijvoorbeeld: partij A heeft een verkeersfout gemaakt; partij B heeft eveneens een verkeersfout gemaakt; beide fouten hebben bijgedragen aan het ongeval. Vervolgens moet worden bepaald in welke verhouding die bijdragen staan.
Dat onderwerp wordt uitgebreider behandeld op: **Gedeelde aansprakelijkheid bij een verkeersongeval**. Deze pagina richt zich vooral op de vraag wat een aan de benadeelde toe te rekenen omstandigheid doet met diens eigen schadeclaim.
Wie moet eigen schuld bewijzen?
Wanneer de aansprakelijke partij of verzekeraar zich op eigen schuld beroept, rust de stelplicht en bewijslast daarvan in beginsel op degene die zich op die eigen schuld beroept. Ook in recente verkeersrechtspraak wordt dit uitgangspunt toegepast.
Dat betekent niet dat u zelf geen bewijs hoeft te verzamelen. Integendeel. Foto's, getuigen, camerabeelden en andere gegevens kunnen van groot belang zijn om te beoordelen:
- wat precies is gebeurd;
- of u daadwerkelijk een fout heeft gemaakt;
- hoe zwaar die fout heeft bijgedragen;
- welke fout de andere partij heeft gemaakt.
**Lees verder:** Aansprakelijkheid bewijzen
Eigen schuld bij fietsers en voetgangers
Voor fietsers en voetgangers gelden bij een ongeval met een motorrijtuig bijzondere regels. Wanneer een fietser of voetganger van 14 jaar of ouder schade lijdt door een aanrijding met een motorrijtuig waarvoor de eigenaar of houder aansprakelijk is, brengt de in artikel 6:101 BW bedoelde billijkheid onder de voorwaarden van de 50%-regel mee dat in beginsel minstens 50% van de schade voor rekening van de eigenaar of houder van het motorrijtuig komt.
Daarna moet nog worden beoordeeld of een groter gedeelte dan 50% voor rekening van de gemotoriseerde partij hoort te komen. **Juridische achtergrond:** Artikel 185 WVW
Voorbeeld: fietser verleent geen voorrang
Een volwassen fietser verleent geen voorrang aan een auto en wordt aangereden. Het kan dan duidelijk zijn dat de fietser een relevante verkeersfout heeft gemaakt. Toch betekent dit niet automatisch dat de fietser zijn volledige letselschade zelf moet dragen.
Wanneer aan de voorwaarden van artikel 185 WVW en de 50%-regel is voldaan, kan minstens de helft van de schade voor rekening van de gemotoriseerde partij blijven. Vervolgens moet worden onderzocht of een hoger percentage gerechtvaardigd is. **Lees de concrete ongevalpagina:** Fietser aangereden door auto
Betekent de 50%-regel dat de fietser altijd voor 50% schuldig is?
Nee. Dit is een essentieel onderscheid. De 50%-regel zegt niet: “De fietser heeft 50% schuld.” De regel beschermt het verkeersslachtoffer door onder bepaalde voorwaarden minimaal 50% van de schade voor rekening van de gemotoriseerde partij te laten.
Daarna kan de normale beoordeling van causaliteit en billijkheid ertoe leiden dat méér dan 50% wordt vergoed. De uiteindelijke uitkomst kan dus bijvoorbeeld 70%, 80%, 90% of 100% vergoeding zijn.
Kan een fietser een grote fout maken en toch 50% krijgen?
Onder omstandigheden wel. De beschermingsregel is juist ontwikkeld omdat fietsers en voetgangers kwetsbare verkeersdeelnemers zijn. De Hoge Raad formuleert de regel zo dat bij een fietser of voetganger vanaf 14 jaar de eigen schuld — behoudens uitzonderingssituaties — niet ertoe leidt dat meer dan 50% van de persoonlijke schade voor rekening van het slachtoffer blijft wanneer de 50%-regel van toepassing is.
Dat betekent echter niet dat iedere fietser bij ieder ongeval automatisch recht heeft op 50%. Er moet eerst worden vastgesteld welk juridisch regime van toepassing is.
Wat geldt voor kinderen jonger dan 14 jaar?
Kinderen jonger dan 14 jaar die als fietser of voetganger worden aangereden door een motorrijtuig krijgen een verdergaande bescherming. Voor hen geldt in de rechtspraak de zogenoemde 100%-regel, behoudens zeer uitzonderlijke omstandigheden. Deze bijzondere bescherming behandelen we afzonderlijk.
**Lees verder:** Kind aangereden en Aansprakelijkheid kind bij verkeersongeval
Controleer met de gratis AI-claimscan of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding.
De AI-claimscan wordt aangeboden via Claims.nl.
Geldt de 50%-regel ook tussen twee auto's?
Nee. De 50%-regel is geen algemene regel voor ieder verkeersongeval waarbij beide partijen een fout maken. De bijzondere 50%-bescherming hoort bij de positie van fietsers en voetgangers in een ongeval met een motorrijtuig.
Bij een aanrijding tussen twee auto's moet de eigen-schuldvraag in beginsel volgens de gewone systematiek van artikel 6:101 BW worden beoordeeld. Er kan dus nog steeds sprake zijn van een schadeverdeling, maar niet automatisch van een ondergrens van 50%.
Eigen schuld bij een auto-ongeval
Ook een automobilist kan gedeeltelijk eigen schuld hebben. Stel bijvoorbeeld: bestuurder A veroorzaakt de primaire botsing; bestuurder B reed tegelijkertijd aanzienlijk te hard; die snelheid heeft aantoonbaar bijgedragen aan het ontstaan of de ernst van de schade.
Dan kan worden onderzocht of een gedeelte van de schade aan bestuurder B zelf moet worden toegerekend. De exacte verhouding volgt uit de omstandigheden van het ongeval. Bij twee gemotoriseerde partijen bestaat daarbij niet de bijzondere 50%-bescherming die voor bepaalde fietsers en voetgangers geldt.
Kan het niet dragen van een autogordel eigen schuld zijn?
Dat kan onder omstandigheden een rol spelen. Het gaat dan niet noodzakelijk om de vraag of het niet dragen van de gordel het ongeval heeft veroorzaakt. De vraag kan ook zijn of het letsel door het niet dragen van de gordel ernstiger is geworden.
In recente rechtspraak is bijvoorbeeld 25% eigen schuld aangenomen wegens het niet dragen van een gordel, terwijl andere gestelde eigen-schuldomstandigheden afzonderlijk werden beoordeeld. Dat laat zien dat eigen schuld niet uitsluitend betrekking heeft op het ontstaan van het verkeersongeval zelf, maar ook betrekking kan hebben op omstandigheden die de schade hebben vergroot.
Kan eigen schuld alleen over lichamelijk letsel gaan?
Nee. Artikel 6:101 BW ziet op de vergoedingsplicht voor schade. Afhankelijk van de situatie kan een vastgestelde eigen-schuldverdeling daarom ook gevolgen hebben voor verschillende onderdelen van de schadeclaim.
Welke schadeposten precies door de verdeling worden geraakt, hangt af van de juridische grondslag en omstandigheden. De berekening van afzonderlijke schadeposten wordt behandeld binnen het cluster Schadevergoeding.
Is een percentage eigen schuld hetzelfde als het percentage schadevergoeding?
Deze begrippen worden vaak omgekeerd gebruikt. Stel dat uiteindelijk wordt vastgesteld dat 25% van de schade voor eigen rekening blijft. Dan betekent dat in beginsel dat de aansprakelijke partij 75% van de betreffende schade vergoedt.
Bijvoorbeeld: totale vastgestelde schade €20.000, eigen aandeel 25%, vergoedingspercentage 75%. De vergoeding zou dan bij een eenvoudige rekenkundige toepassing €15.000 bedragen. In een echte letselschadezaak kan de berekening ingewikkelder zijn, omdat eerst moet worden vastgesteld welke schade juridisch toerekenbaar en onderbouwd is.
Kan een verzekeraar zomaar zeggen dat u 50% eigen schuld heeft?
Een verzekeraar kan een beroep op eigen schuld doen, maar een genoemd percentage moet juridisch kunnen worden onderbouwd. Een verdeling van bijvoorbeeld 50/50 volgt niet automatisch uit het feit dat beide partijen “iets fout hebben gedaan”. Er moet worden gekeken naar de wederzijdse bijdrage aan het ontstaan van de schade en vervolgens eventueel naar de billijkheid.
Wanneer u een percentage niet begrijpt, is het daarom zinvol te vragen op basis van:
- welke feiten;
- welke verkeersregels;
- welke bewijsmiddelen;
- welke causaliteitsverdeling;
- en welke billijkheidsafweging
dat percentage is vastgesteld.
Kan het percentage later nog veranderen?
Dat kan. Een eerste aansprakelijkheidsstandpunt is niet altijd het definitieve juridische oordeel. Nieuwe informatie kan bijvoorbeeld beschikbaar komen uit:
- getuigenverklaringen;
- camerabeelden;
- politiegegevens;
- deskundigenonderzoek;
- verkeersongevallenanalyse;
- medische informatie.
Daardoor kan de beoordeling van de toedracht of schade veranderen. Ook kan tussen partijen discussie bestaan over de juiste juridische waardering van bekende feiten.
Wat als de verzekeraar mij volledig verantwoordelijk houdt?
Vraag dan om een duidelijke motivering. Relevant is bijvoorbeeld: welke gedraging wordt u verweten, welk bewijs bestaat daarvoor en hoe heeft die gedraging aan de schade bijgedragen. Bij letsel kan het verstandig zijn het standpunt juridisch te laten beoordelen voordat u ervan uitgaat dat u niets kunt verhalen.
Eigen schuld en aansprakelijkheid zijn niet hetzelfde
De begrippen worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt. De eerste vraag is of iemand juridisch aansprakelijk is voor de schade (aansprakelijkheid). Daarna kan de aansprakelijke partij stellen dat een deel van de schade mede is veroorzaakt door een omstandigheid aan de kant van de benadeelde (eigen schuld).
Er kan dus tegelijkertijd sprake zijn van aansprakelijkheid van de tegenpartij én eigen schuld van het slachtoffer. De schade wordt dan mogelijk verdeeld.
Eigen schuld en gedeelde aansprakelijkheid: wat is het verschil?
De begrippen hebben veel overlap in het dagelijkse taalgebruik. Bij eigen schuld wordt vanuit de claim van de benadeelde gekeken of een deel van diens eigen schade voor eigen rekening moet blijven. Bij gedeelde aansprakelijkheid staat vaker centraal dat meerdere partijen aan het ontstaan van een ongeval hebben bijgedragen en hoe de verantwoordelijkheid onderling moet worden verdeeld.
In verkeerszaken kunnen beide vragen sterk met elkaar samenhangen. **Lees verder:** Gedeelde aansprakelijkheid
Hoe kunt u zich voorbereiden op discussie over eigen schuld?
Verzamel zoveel mogelijk feitelijke informatie over het ongeval. Denk aan:
- foto's;
- schadeformulier;
- getuigen;
- camerabeelden;
- dashcambeelden;
- politiegegevens;
- verkeerslichten;
- verkeersborden;
- wegmarkeringen;
- voertuigschade;
- locatie van de botsing;
- eventuele gegevens over snelheid.
Maak bovendien zo snel mogelijk uw eigen feitelijke beschrijving van het ongeval. Vermijd speculaties en noteer wat u daadwerkelijk heeft gezien en gedaan.
Erken niet zomaar een aansprakelijkheidspercentage
U kunt uiteraard eerlijk verklaren wat er is gebeurd. Dat is iets anders dan zelf ter plaatse een juridisch percentage noemen. Een uitspraak zoals “het was voor 50% mijn schuld” kan veel verder gaan dan een feitelijke beschrijving van uw verkeersgedrag.
Het is beter om de feitelijke omstandigheden vast te leggen en de juridische verdeling vervolgens op basis van alle informatie te laten beoordelen.
Artikel 6:101 BW en eigen schuld
De centrale wettelijke bepaling voor eigen schuld is artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek. De bepaling vormt de juridische basis voor vermindering van een schadevergoedingsplicht vanwege omstandigheden aan de zijde van de benadeelde, de causaliteitsverdeling en de mogelijkheid van correctie op grond van de billijkheid.
Deze pagina behandelt de toepassing bij verkeersongevallen. Voor de meer juridische analyse van het wetsartikel: Artikel 6:101 BW en eigen schuld.
Wanneer is juridische beoordeling verstandig?
Een beoordeling kan vooral nuttig zijn wanneer:
- de verzekeraar een hoog percentage eigen schuld stelt;
- u zelf een verkeersfout heeft gemaakt;
- beide partijen verkeersfouten maakten;
- discussie bestaat over de toedracht;
- u als fietser of voetganger bent aangereden;
- de verzekeraar de 50%-regel niet of volgens u onjuist toepast;
- u ernstig letsel heeft;
- uw inkomensschade aanzienlijk is;
- een verschil van bijvoorbeeld 20% of 30% grote financiële gevolgen heeft.
Bij omvangrijke schade kan een relatief klein verschil in aansprakelijkheidspercentage financieel veel uitmaken.
Stelt de verzekeraar dat u gedeeltelijk zelf schuld heeft?
Via Claims.nl kunt u uw ongeval invoeren voor een eerste beoordeling van uw situatie. De scan is een hulpmiddel voor een eerste beoordeling en vervangt geen individueel juridisch advies.
Veelgestelde vragen
Bronnen
Lees ook
Juridische achtergrond
Wat kunt u nu doen?
Wilt u weten of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding?
Controleer met de gratis AI-claimscan of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding.
De AI-claimscan wordt aangeboden via Claims.nl.
Liever een letselschadeadvocaat spreken?
Heeft u letsel opgelopen bij een verkeersongeval en wilt u uw mogelijke letselschadezaak met een advocaat bespreken? Bel gratis 0800-6134.
U wordt rechtstreeks doorgeschakeld naar het letselschadekantoor waarmee Verkeersongevallen.nl samenwerkt. Dit nummer is uitsluitend bedoeld voor mogelijke letselschadezaken.
Deze informatie is algemeen van aard en vormt geen juridisch advies. Wat in uw situatie geldt, is afhankelijk van de omstandigheden. Zie ons redactioneel beleid en onze disclaimer.