Naar hoofdinhoud
Verkeersongevallen.nl

Informatie over verkeersongevallen, aansprakelijkheid en schadevergoeding

Soort ongeval

Fietsongeluk: aansprakelijkheid, letsel en schade

Een fietsongeluk kan op veel verschillende manieren gebeuren. U kunt bijvoorbeeld worden aangereden door een auto, botsen met een andere fietser of ten val komen door slecht wegdek. Op deze pagina vindt u een overzicht van de belangrijkste soorten fietsongevallen, aansprakelijkheidsregels, letsels en vervolgstappen.

Wat moet u direct doen na een fietsongeluk?

Zorg eerst voor uw eigen veiligheid en die van andere betrokkenen. Zijn er gewonden of is sprake van een acute noodsituatie? Bel dan 112. De politie adviseert bij een verkeersongeval met gewonden direct hulpdiensten in te schakelen.

Probeer daarna, voor zover dat veilig en mogelijk is:

  • gegevens van de andere betrokkenen te verzamelen
  • kentekens te noteren wanneer een motorvoertuig betrokken is
  • foto's van de ongevalslocatie en schade te maken
  • contactgegevens van getuigen te noteren
  • het ongeval en uw schade te melden
  • lichamelijke of psychische klachten zo nodig medisch te laten beoordelen
  • bonnetjes en andere bewijsstukken van schade te bewaren

Slachtofferhulp adviseert aangereden fietsers onder meer foto's van de situatie en schade te maken en gegevens van betrokkenen en getuigen vast te leggen.

Welke soorten fietsongevallen zijn er?

Een fietsongeluk kan bijvoorbeeld plaatsvinden tussen een fiets en een auto, tussen een fiets en een vrachtwagen, tussen twee fietsers, tussen een fietser en een scooter of brommer, door een openslaand autoportier, bij het oversteken, op een kruispunt, op een rotonde, door slecht wegdek, door een obstakel of als eenzijdige val.

Welke aansprakelijkheidsregels gelden hangt sterk af van wie bij het ongeluk betrokken zijn. Dat onderscheid is bij fietsongevallen bijzonder belangrijk.

Fietser aangereden door een auto

Wanneer een fietser wordt aangereden door een auto of ander motorrijtuig geldt een bijzondere aansprakelijkheidsregeling. Artikel 185 van de Wegenverkeerswet regelt aansprakelijkheid van de eigenaar of houder van een motorrijtuig bij schade aan een niet-motorrijtuig, waaronder fietsers en voetgangers. Een officiële overheidsevaluatie omschrijft deze regeling als een vorm van risicoaansprakelijkheid.

Dat betekent dat een fiets-auto-ongeval juridisch niet hetzelfde wordt behandeld als een botsing tussen twee auto's. Een fietser kan ook bescherming hebben wanneer hij of zij zelf een verkeersfout heeft gemaakt.

Is de automobilist altijd aansprakelijk voor een fietser?

Nee, de formulering "de automobilist is altijd aansprakelijk" is te absoluut. Artikel 185 WVW biedt fietsers wel een sterke bescherming, maar de exacte schadeverdeling kan onder andere afhangen van de leeftijd van de fietser, het gedrag van beide betrokkenen, een eventueel beroep op overmacht, eigen schuld en de concrete toedracht.

Slachtofferhulp vat het praktisch samen door te stellen dat fietsers en voetgangers door hun kwetsbare positie meestal recht hebben op schadevergoeding na een aanrijding met een motorvoertuig.

Wat als de fietser zelf een fout heeft gemaakt?

Ook een fietser kan een verkeersfout maken, bijvoorbeeld door geen voorrang te verlenen, door rood te rijden, onverwacht over te steken of onvoldoende op te letten. Maar bij een ongeval tussen een fietser en een motorvoertuig betekent een fout van de fietser niet automatisch dat alle schade voor rekening van de fietser blijft.

Eigen schuld van een fietser sluit vergoeding niet automatisch uit bij een botsing met een motorrijtuig; de exacte uitkomst hangt onder meer af van leeftijd en omstandigheden.

Wat geldt voor kinderen op de fiets?

Kinderen behoren tot de kwetsbaarste verkeersdeelnemers. Bij een ongeval tussen een kind op de fiets en een motorvoertuig kan de leeftijd van het kind een belangrijke rol spelen bij de aansprakelijkheids- en schadeverdeling. Daarvoor bestaan specifieke regels uit wet en rechtspraak, die op een afzonderlijke pagina worden behandeld.

Fietsongeluk met een andere fietser

Bij een botsing tussen twee gewone fietsers geldt de bijzondere regeling van artikel 185 WVW niet op dezelfde manier als bij een botsing met een motorrijtuig. Dan moet vooral worden onderzocht hoe het ongeval ontstond, welke verkeersregels golden, wie een verkeersfout maakte en of beide fietsers aan het ongeval hebben bijgedragen.

Een fietser is voor de verkeersregels zelf een bestuurder. Daardoor gelden voor fietsers onder andere de gewone voorrangsregels voor bestuurders. Het is niet automatisch zo dat ieder dan 50% van zijn eigen schade moet dragen; de concrete bijdrage van beide gedragingen moet worden beoordeeld.

Fietsongeval door slecht wegdek

Niet ieder fietsongeluk wordt veroorzaakt door een andere verkeersdeelnemer. Een fietser kan bijvoorbeeld vallen door een gat in het wegdek, een verzakking, een gevaarlijke rand, losliggende bestrating of onvoldoende zichtbare werkzaamheden. Dan kan de vraag ontstaan of een wegbeheerder aansprakelijk is. Dat is niet automatisch het geval bij iedere beschadiging of oneffenheid in de weg.

Leg de situatie daarom zo snel mogelijk vast met foto's van het gebrek, de omgeving, de maatvoering, eventuele waarschuwingsborden en de exacte locatie.

Vrachtwagen, kruispunt, rotonde en autoportier

Een ongeval tussen een fietser en een vrachtwagen kan ernstige gevolgen hebben, bijvoorbeeld rond afslaan, kruispunten, rotondes of de dode hoek. Ook hier kan de fietser bij een botsing met een motorrijtuig onder de bijzondere bescherming van artikel 185 WVW vallen.

Bij fietsongevallen op kruispunten en rotondes spelen vaak voorrang en de plaatselijke verkeerssituatie een rol; ga niet automatisch uit van de regel dat een fietser altijd voorrang heeft. Meer over de aansprakelijkheid in die situatie leest u op onze pagina's over aanrijding op een kruispunt en aanrijding op een rotonde. Bij een openslaand autoportier is onder meer belangrijk waar de auto stond, hoe en wanneer het portier werd geopend en waar de fietser reed.

Eenzijdig fietsongeluk

Bij een eenzijdig fietsongeluk is geen andere verkeersdeelnemer rechtstreeks bij de botsing betrokken, bijvoorbeeld bij uitglijden, tegen een obstakel rijden of van de weg raken. Dat betekent niet automatisch dat er nooit een andere aansprakelijke partij kan zijn: slecht wegdek, werkzaamheden of een ander gevaar kunnen bijvoorbeeld een rol spelen.

E-bike, fatbike en speedpedelec

Een gewone elektrische fiets met trapondersteuning wordt juridisch anders behandeld dan een speedpedelec. Volgens de Rijksoverheid biedt een gewone elektrische fiets trapondersteuning tot maximaal 25 km/u, terwijl een speedpedelec trapondersteuning kan geven tot 45 km/u en wettelijk een bromfiets is. Een speedpedelec valt onder de regels voor bromfietsen, waaronder een kenteken- en verzekeringsplicht, waardoor de aansprakelijkheidsanalyse anders kan zijn dan bij een gewone fietser. Specifiek voor de elektrische fiets is er een aparte uitleg over een ongeval met een e-bike.

Een fatbike is niet automatisch een afzonderlijke juridische voertuigcategorie. Wanneer een fatbike voldoet aan de kenmerken van een gewone elektrische fiets, gelden de regels voor elektrische fietsen. Eerst moet worden vastgesteld of het voertuig juridisch als fiets of bijvoorbeeld bromfiets wordt aangemerkt: de RDW benadrukt dat een aangepaste of opgevoerde fatbike mogelijk een kenteken en andere voertuigclassificatie nodig heeft. Zie voor deze situatie een ongeval met een fatbike.

Hoe bewijst u hoe het fietsongeluk gebeurde?

Bewijs kan belangrijk worden wanneer betrokkenen verschillend verklaren. Probeer daarom waar mogelijk foto's van de ongevalslocatie, de fiets en het andere voertuig te bewaren, samen met kenteken, gegevens van de bestuurder, getuigengegevens, camerabeelden en eventuele politie- en medische informatie.

Ook zonder getuigen kunnen andere bewijsmiddelen relevant zijn, zoals foto's, camerabeelden, schadepatronen of politiegegevens. Het ontbreken van een getuige betekent dus niet automatisch dat aansprakelijkheid onmogelijk kan worden vastgesteld.

Politie, doorrijden en het Waarborgfonds

Niet bij ieder fietsongeluk hoeft de politie ter plaatse te komen. Zijn er gewonden of is sprake van een acute noodsituatie, dan moet 112 worden gebeld. Bij ernstige verkeersongevallen kan de politie de toedracht onderzoeken.

Rijdt de andere betrokkene door, leg dan zoveel mogelijk informatie vast, zoals kenteken, merk, kleur en getuigen. Doorrijden na een verkeersongeval waarbij schade of letsel is ontstaan zonder identiteit kenbaar te maken is strafbaar op grond van artikel 7 WVW; u kunt hiervan aangifte doen bij de politie.

Wanneer de schade door een motorvoertuig is veroorzaakt en de veroorzaker onbekend of onverzekerd blijft, kan onder voorwaarden het Waarborgfonds Motorverkeer relevant zijn. De politie verwijst slachtoffers hiervoor eveneens naar het Waarborgfonds.

Welke letsels komen voor na een fietsongeluk?

Een fietser heeft veel minder fysieke bescherming dan een inzittende van een auto. Bij een fietsongeluk kunnen bijvoorbeeld klachten of letsels ontstaan aan hoofd, gezicht, nek, schouders, armen, polsen, heup, knieën en benen. Ook botbreuken en een hersenschudding kunnen voorkomen. Het soort ongeval zegt echter niet automatisch welk letsel iemand heeft; laat klachten zo nodig medisch beoordelen.

Bij een fietsongeluk kan hoofdletsel ontstaan, vooral wanneer het hoofd bij een botsing of val wordt geraakt; neem hoofdklachten na een harde impact serieus. Bij een val kunnen bijvoorbeeld breuken ontstaan aan pols, arm, sleutelbeen, been of enkel, met sterk uiteenlopende gevolgen. Niet alle klachten hoeven direct duidelijk te zijn: krijgt u later lichamelijke of psychische klachten, neem die dan alsnog serieus.

Welke schade kan een fietser hebben?

Schade na een fietsongeluk kan veel breder zijn dan alleen een kapotte fiets. Denk aan materiële schade zoals de fiets, elektrische fiets, helm, kleding, bril, telefoon of tas, kosten door letsel zoals medische kosten en reiskosten, inkomensschade wanneer u niet kunt werken, huishoudelijke hulp en smartengeld bij lichamelijk of psychisch letsel.

Slachtofferhulp noemt bij aangereden fietsers onder andere reparatiekosten van de fiets, medische kosten en smartengeld als mogelijke schadeposten. Bewaar bij schade aan uw fiets foto's, een aankoopbewijs indien beschikbaar en de reparatieofferte of -factuur.

Wie betaalt de schade?

Dat hangt onder andere af van wie bij het ongeval betrokken was. Bij een fietser tegenover een motorvoertuig kunnen bijzondere beschermingsregels gelden op grond van artikel 185 WVW. Bij een fietser tegenover een andere fietser wordt de aansprakelijkheid vooral beoordeeld aan de hand van verkeersfouten, causaliteit en eventuele eigen schuld. Bij een eenzijdig fietsongeluk moet worden onderzocht of een andere partij, bijvoorbeeld een wegbeheerder, juridisch verantwoordelijk kan zijn.

Onderwerpen binnen fietsongeluk: aansprakelijkheid, letsel en schade

Veelgestelde vragen

Bronnen

  • instantieSlachtofferhulp Nederland over aansprakelijkheid en schadevergoeding voor fietsers
  • wetsartikelArtikel 185 Wegenverkeerswet (aansprakelijkheid motorrijtuig tegenover niet-motorrijtuig)
  • instantiePolitie over eerste stappen na een verkeersongeval en doorrijden (artikel 7 WVW)
  • instantieRijksoverheid en RDW over het juridische onderscheid tussen e-bike en speedpedelec

Wilt u weten of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding?

Controleer met de gratis AI-claimscan of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding.

De AI-claimscan wordt aangeboden via Claims.nl.

Liever een letselschadeadvocaat spreken?

Heeft u letsel opgelopen bij een verkeersongeval en wilt u uw mogelijke letselschadezaak met een advocaat bespreken? Bel gratis 0800-6134.

Bel gratis 0800-6134

U wordt rechtstreeks doorgeschakeld naar het letselschadekantoor waarmee Verkeersongevallen.nl samenwerkt. Dit nummer is uitsluitend bedoeld voor mogelijke letselschadezaken.