Naar hoofdinhoud
Verkeersongevallen.nl

Informatie over verkeersongevallen, aansprakelijkheid en schadevergoeding

Schuldloze derde bij verkeersongeval: wie betaalt de letselschade?

Bij een verkeersongeval met meerdere voertuigen kan discussie ontstaan over wie het ongeval heeft veroorzaakt. Twee automobilisten wijzen bijvoorbeeld naar elkaar, terwijl een passagier gewond is geraakt die zelf niets met het ontstaan van de botsing te maken had. Voor zo'n slachtoffer bestaat een bijzondere praktische regeling binnen de verzekeringsbranche: Bedrijfsregeling 7 — Schuldloze derde. Het doel daarvan is te voorkomen dat een slachtoffer tussen verzekeraars blijft hangen terwijl zij onderling discussiëren over aansprakelijkheid. Wanneer iemand zelf op geen enkele manier schuld heeft aan het ongeval, kan onder voorwaarden één verzekeraar de schadebehandeling op zich nemen. De verzekeraars kunnen daarna onderling bepalen wie uiteindelijk welk deel van de schade draagt. Dat kan vooral bij letselschade belangrijk zijn. Medische kosten, inkomstenverlies en hulpbehoefte kunnen immers al ontstaan terwijl de aansprakelijkheidsdiscussie tussen de betrokken bestuurders nog niet is afgerond. Op deze pagina leest u wie als schuldloze derde kan worden aangemerkt, hoe Bedrijfsregeling 7 werkt, welke verzekeraar de schade kan behandelen en welke letselschade kan worden geclaimd.

Laatst bijgewerkt:

Kort antwoord

Een schuldloze derde is iemand die schade lijdt door een ongeval maar zelf geen aandeel heeft in het ontstaan daarvan, bijvoorbeeld een passagier. Volgens Bedrijfsregeling 7 van het Verbond van Verzekeraars kan één verzekeraar de schade van zo'n slachtoffer behandelen terwijl verzekeraars onderling nog discussiëren over aansprakelijkheid. Voorwaarde is dat het slachtoffer zelf op geen enkele manier schuld heeft aan het ongeval. De uiteindelijke aansprakelijkheid en onderlinge draagplicht tussen verzekeraars worden daarna afzonderlijk vastgesteld.

Wat is een schuldloze derde?

Een schuldloze derde is iemand die schade lijdt door een ongeval, maar zelf **geen aandeel heeft in het ontstaan van dat ongeval**.

De term wordt vooral gebruikt wanneer meerdere mogelijke aansprakelijke partijen of verzekeraars betrokken zijn.

Een klassiek voorbeeld is een passagier.

Twee auto's botsen op een kruispunt. Beide bestuurders zeggen dat de ander door rood reed. Een passagier in één van de auto's raakt gewond.

De passagier:

  • bestuurde geen voertuig;
  • bepaalde niet wie voorrang moest verlenen;
  • voerde geen verkeersmanoeuvre uit;
  • had geen aandeel in het ontstaan van de botsing.

Die passagier kan daardoor in aanmerking komen voor behandeling als schuldloze derde.

Bedrijfsregeling 7 is specifiek bedoeld voor slachtoffers die anders door een aansprakelijkheidsdiscussie tussen twee of meer betrokken verzekeraars tussen wal en schip zouden kunnen vallen. Voorwaarde is volgens het Verbond van Verzekeraars dat het slachtoffer zelf op geen enkele manier schuld heeft aan het ongeval.

Waarom bestaat de regeling voor schuldloze derden?

Zonder zo'n regeling kan een onwenselijke situatie ontstaan.

Stel dat verzekeraar A zegt: “Onze bestuurder is niet aansprakelijk.” En verzekeraar B zegt: “Onze bestuurder ook niet.”

Ondertussen heeft een gewonde passagier:

  • medische kosten;
  • inkomstenverlies;
  • hulp nodig;
  • reiskosten;
  • andere financiële schade.

Het slachtoffer zou dan moeten wachten totdat verzekeraars of rechters hebben bepaald wie precies aansprakelijk was.

Bedrijfsregeling 7 probeert dat te voorkomen. Eén verzekeraar kan als regelend verzekeraar optreden en de schade behandelen, terwijl de verzekeraars hun onderlinge verantwoordelijkheid later regelen.

Wie kan schuldloze derde zijn?

De bekendste situatie is een **inzittende of passagier**.

Bijvoorbeeld:

  • passagier in een auto;
  • passagier in een taxi;
  • passagier in een bestelbus;
  • kind op de achterbank;
  • bijrijder;
  • inzittende tijdens een kettingbotsing.

Maar het begrip moet niet uitsluitend als synoniem voor passagier worden gebruikt.

Doorslaggevend is dat het slachtoffer zelf geen bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van het ongeval.

Bedrijfsregeling 7 wordt in de verzekeringspraktijk onder meer toegepast op inzittenden van voertuigen. Volgens het Verbond kunnen zulke inzittenden zich voor de afhandeling van hun schade melden bij de verzekeraar van het voertuig waarin zij zich bevinden; de onderlinge afrekening tussen verzekeraars volgt daarna.

Passagier als schuldloze derde

Een passagier heeft vaak geen controle over het rijgedrag van de betrokken bestuurders.

Wanneer twee auto's botsen en de passagier raakt gewond, kan het daarom onredelijk zijn als die passagier moet wachten tot duidelijk is welke bestuurder uiteindelijk voor welk percentage aansprakelijk is.

Voorbeeld: discussie over verkeerslicht

Auto A en auto B botsen op een kruispunt.

Bestuurder A zegt dat hij groen had. Bestuurder B zegt hetzelfde.

Een passagier in auto A loopt een gebroken arm op.

Voor de passagier is in eerste instantie vooral belangrijk dat hij zelf geen aandeel had in het ontstaan van het ongeval. De discussie tussen beide bestuurders kan daarna tussen de betrokken verzekeraars worden uitgezocht.

De regeling voor schuldloze derden is juist bedoeld om te voorkomen dat de schadebehandeling van zo'n slachtoffer volledig stilvalt door die discussie.

Schuldloze derde bij een kettingbotsing

Bij een kettingbotsing kan het moeilijk zijn om direct vast te stellen welke bestuurder welke botsing heeft veroorzaakt.

Bijvoorbeeld:

  • auto A remt;
  • auto B botst op auto A;
  • auto C botst vervolgens op auto B;
  • meerdere voertuigen raken elkaar opnieuw.

Een passagier kan gewond raken zonder enig aandeel in die opeenvolgende gebeurtenissen.

De geschiedenis van Bedrijfsregeling 7 hangt mede samen met het vereenvoudigen van de schaderegeling bij complexe kettingbotsingen. Het Verbond verwijst zelf naar de ervaring met de grote kettingbotsing in Zeeland in 2014 als achtergrond voor de huidige werkwijze.

Ook een bestuurder kan soms geen schuld hebben

De term schuldloze derde wordt vaak gebruikt voor passagiers, maar in een ongeval met meerdere betrokken partijen moet zorgvuldig worden gekeken naar de feitelijke positie van iedere benadeelde.

Een bestuurder kan bijvoorbeeld stilstaan en door twee andere voertuigen in een botsing worden betrokken.

Dat betekent nog niet automatisch dat Bedrijfsregeling 7 in precies dezelfde vorm van toepassing is.

De regeling kent eigen toepassingsvoorwaarden. Daarom moet eerst worden gecontroleerd:

  • welke voertuigen betrokken waren;
  • welke verzekeraars betrokken zijn;
  • welke rol het slachtoffer had;
  • of het slachtoffer werkelijk geen aandeel had in het ontstaan van het ongeval;
  • of de concrete situatie binnen Bedrijfsregeling 7 valt.

Gebruik `schuldloze derde` dus niet als algemene aanduiding voor iedereen die vindt dat hij niets fout heeft gedaan.

Wat is Bedrijfsregeling 7?

Bedrijfsregeling 7 is een regeling binnen de Nederlandse verzekeringssector voor de schaderegeling van schuldloze derden.

Volgens het Verbond van Verzekeraars is het doel te voorkomen dat schade onbehandeld blijft doordat verzekeraars onderling discussiëren over aansprakelijkheid.

De kern is:

  • het slachtoffer heeft zelf geen schuld aan het ongeval;
  • er zijn meerdere betrokken verzekeraars;
  • één verzekeraar treedt op als regelend verzekeraar;
  • die verzekeraar behandelt en betaalt de schade;
  • verzekeraars regelen de uiteindelijke onderlinge draagplicht later.

Voor het slachtoffer kan dat veel verschil maken.

De aansprakelijkheidsdiscussie verdwijnt niet, maar wordt zoveel mogelijk **achter de schadebehandeling van het slachtoffer geplaatst**.

Welke verzekeraar behandelt de schade?

Dat hangt af van de toepassing van de regeling.

Voor inzittenden beschrijft het Verbond dat zij zich voor de schadeafhandeling kunnen melden bij de verzekeraar van het voertuig waarin zij zich bevonden. De verzekeraars regelen vervolgens achter de schermen bij welke aansprakelijke partij de uiteindelijke financiële last terechtkomt.

Het is daarom verstandig om na een ongeval vast te leggen:

  • in welk voertuig u zat;
  • het kenteken;
  • de verzekering van dat voertuig;
  • gegevens van andere betrokken voertuigen;
  • namen van bestuurders;
  • politiegegevens.

Ga niet zelf op basis van aannames bepalen welke verzekeraar uiteindelijk aansprakelijk moet zijn.

Moet eerst vaststaan wie het ongeval veroorzaakte?

Niet altijd voordat de schadebehandeling kan beginnen.

Dat is juist een belangrijk voordeel van de schuldloze-derdenregeling.

Wanneer duidelijk is dat het slachtoffer zelf geen aandeel heeft in het ongeval, kan de schadebehandeling volgens Bedrijfsregeling 7 worden losgekoppeld van de onderlinge discussie tussen de betrokken verzekeraars.

De verzekeraars kunnen daarna verder onderzoeken:

  • wie een verkeersfout maakte;
  • of meerdere partijen aansprakelijk zijn;
  • hoe de onderlinge draagplicht moet worden verdeeld.

Voor het slachtoffer hoeft die discussie dan niet noodzakelijk de volledige schaderegeling stil te leggen.

Wat betekent 'geen enkele schuld'?

Dit is een belangrijk criterium.

Volgens het Verbond is voor toepassing van Bedrijfsregeling 7 vereist dat het slachtoffer zelf **op geen enkele manier schuld heeft aan het ongeval**.

Dat gaat primair over het ontstaan van het ongeval.

Een passagier die gewoon op de achterbank zat, zal bijvoorbeeld normaal gesproken niet hebben bijgedragen aan de verkeersfout waardoor twee voertuigen botsten.

Een discussie over bijvoorbeeld gordelgebruik gaat over een ander onderwerp en moet niet worden verward met de vraag of iemand aandeel had in het **ontstaan** van het ongeval.

Wie kan aantonen dat de betreffende regeling toepasbaar is en wie eventueel toepassing kan afwijzen, hangt af van de concrete beoordeling door de betrokken verzekeraars.

Kan het Waarborgfonds nodig zijn?

Niet automatisch.

Wanneer er een verzekerde aansprakelijke partij beschikbaar is, ligt een beroep op het Waarborgfonds niet zonder meer voor de hand.

In een uitspraak uit 2024 werd bijvoorbeeld geoordeeld dat voor het Waarborgfonds geen taak was weggelegd waar een verzekerde auto bij het ongeval betrokken was en de schuldloze opzittende zich tot de verzekeraar van die auto kon wenden.

Het Waarborgfonds kan vooral relevant worden wanneer aan de eigen wettelijke voorwaarden voor onbekende of onverzekerde motorvoertuigen wordt voldaan.

Welke schade kan een schuldloze derde claimen?

Wanneer aansprakelijkheid bestaat, kunnen dezelfde soorten letselschade aan de orde zijn als bij andere verkeersongevallen.

Afhankelijk van de individuele situatie bijvoorbeeld:

  • medische kosten die niet elders worden vergoed;
  • reiskosten;
  • beschadigde kleding en persoonlijke spullen;
  • verlies van inkomen;
  • verlies van arbeidsvermogen;
  • huishoudelijke hulp;
  • persoonlijke hulp;
  • studievertraging;
  • hulpmiddelen;
  • woningaanpassingen;
  • toekomstige schade;
  • smartengeld.

Dat iemand schuldloze derde is, zegt vooral iets over de positie bij de **aansprakelijkheids- en schadeafwikkeling**.

Het betekent niet dat iedere opgevoerde schadepost automatisch zonder bewijs wordt vergoed.

Voorschot op letselschade

Een belangrijk voordeel van een voortvarende schaderegeling is dat bij erkende of voldoende duidelijke aansprakelijkheid voorschotten kunnen worden besproken.

Dat kan van belang zijn wanneer iemand door het ongeval:

  • tijdelijk niet kan werken;
  • huishoudelijke hulp nodig heeft;
  • extra vervoerskosten maakt;
  • andere directe financiële schade heeft.

Een voorschot is een vooruitbetaling op de uiteindelijke schadevergoeding.

Smartengeld

Een schuldloze derde kan bij lichamelijk of psychisch letsel onder omstandigheden ook aanspraak maken op smartengeld.

De hoogte wordt niet bepaald doordat iemand als schuldloze derde wordt aangemerkt.

Relevant zijn onder andere:

  • aard van het letsel;
  • ernst;
  • herstelduur;
  • blijvende gevolgen;
  • invloed op dagelijks leven;
  • psychische gevolgen;
  • vergelijkbare gevallen.

Medische zorg komt eerst

Ook wanneer de aansprakelijkheidspositie gunstig lijkt, blijft medische zorg belangrijker dan de claim.

Laat acute of ernstige klachten passend beoordelen.

Stel noodzakelijke zorg niet uit omdat verzekeraars nog bepalen wie de schade gaat behandelen.

De regeling voor schuldloze derden is juist bedoeld om aansprakelijkheidsdiscussies zoveel mogelijk buiten de directe belangen van het slachtoffer te houden.

Medische en juridische causaliteit

Ook bij een schuldloze derde moeten medische en juridische vragen worden onderscheiden.

**Medisch:** welke klachten en beperkingen bestaan?

**Juridisch:** welke schade kan in voldoende verband worden gebracht met het verkeersongeval?

Dat iemand geen schuld had aan de botsing betekent niet automatisch dat iedere medische klacht juridisch door het ongeval is veroorzaakt.

Een jurist stelt geen medische diagnose.

Ook medische informatie moet relevant, noodzakelijk en proportioneel worden gebruikt.

Welk bewijs is belangrijk?

Dat u geen verkeersfout heeft gemaakt hoeft als passagier vaak weinig discussie op te leveren, maar de toedracht en schade moeten nog steeds worden vastgelegd.

Bewaar indien mogelijk:

  • Europees schadeformulier;
  • kentekens;
  • verzekeringsgegevens;
  • namen van bestuurders;
  • politiegegevens;
  • foto's;
  • getuigen;
  • dashcambeelden;
  • bewijs dat u inzittende was;
  • medische informatie;
  • documenten over inkomstenverlies en andere schade.

Wat moet een schuldloze derde na het ongeval doen?

Stap 1 — Zorg voor medische veiligheid

Laat ernstig, acuut of zorgwekkend letsel passend beoordelen.

Stap 2 — Noteer alle betrokken voertuigen

Leg kentekens, bestuurders en verzekeraars vast.

Stap 3 — Noteer uw eigen positie

Leg duidelijk vast dat u bijvoorbeeld passagier of bijrijder was en geen voertuig bestuurde.

Stap 4 — Verzamel bewijs

Bewaar foto's, getuigengegevens, politie-informatie en eventuele camerabeelden.

Stap 5 — Meld de letselschade

Meld de schade bij de relevante verzekeraar.

Stap 6 — Vraag naar Bedrijfsregeling 7

Bestaat discussie tussen meerdere verzekeraars terwijl u zelf geen aandeel had in het ongeval, vraag dan expliciet of de schuldloze-derdenregeling wordt toegepast.

Stap 7 — Vraag wie regelend verzekeraar is

Laat schriftelijk bevestigen welke verzekeraar de schadebehandeling op zich neemt.

Stap 8 — Houd alle schade bij

Bewaar bewijs van kosten, inkomstenverlies, hulp en overige schade.

Stap 9 — Vraag zo nodig om voorschotten

Wanneer aansprakelijkheid en schade voldoende duidelijk zijn, kunnen voorschotten relevant zijn.

Stap 10 — Laat discussie niet onnodig op u afwentelen

Bij langdurige onduidelijkheid of ernstig letsel kan juridische beoordeling verstandig zijn.

Voorbeeld: passagier bij tweezijdige aansprakelijkheidsdiscussie

Een passagier zit in auto A.

Auto A en auto B botsen op een kruispunt.

Bestuurder A zegt dat B geen voorrang verleende. B stelt juist dat A te hard reed en het ongeval veroorzaakte.

De passagier raakt gewond.

Voor deze passagier hoeft de vraag wie van beide bestuurders uiteindelijk 40%, 60% of een ander aandeel moet dragen niet noodzakelijk eerst volledig te zijn opgelost.

Wanneer de passagier zelf geen schuld aan het ongeval heeft en de regeling van toepassing is, kan één verzekeraar de schaderegeling uitvoeren en kunnen verzekeraars hun onderlinge financiële verdeling later bepalen.

Voorbeeld: kind op achterbank

Een kind zit achterin de auto van een ouder wanneer een ander voertuig tegen de auto botst.

De verzekeraars discussiëren over wie door rood is gereden.

Het kind heeft vanzelfsprekend niet gestuurd, geremd of verkeersbeslissingen genomen.

Bij letsel kan het belangrijk zijn dat de schadeafwikkeling van het kind niet vertraagt door een langdurige discussie tussen verzekeraars.

Bij ernstig kinderletsel moet daarnaast voorzichtig worden omgegaan met een definitieve schaderegeling zolang toekomstige gevolgen nog onzeker zijn.

Veelgemaakte fouten

Veelvoorkomende fouten zijn:

  • denken dat een passagier zelf moet bepalen welke bestuurder schuldig is;
  • afwachten totdat verzekeraars hun volledige onderlinge discussie hebben afgerond;
  • niet vragen naar Bedrijfsregeling 7;
  • aannemen dat `schuldloze derde` automatisch op iedere niet-aansprakelijke bestuurder van toepassing is;
  • geen schriftelijke bevestiging vragen wie de schade behandelt;
  • een discussie over gordelgebruik verwarren met schuld aan het ontstaan van de botsing;
  • verzekeraars onderling laten doorverwijzen zonder om een duidelijk standpunt te vragen;
  • medische zorg uitstellen;
  • schade en kosten niet bijhouden;
  • te snel een definitieve regeling accepteren terwijl herstel nog onzeker is.

Schuldloze-derdenzaak stap voor stap beoordelen

Bij de beoordeling kunnen onder andere deze vragen relevant zijn:

  • Wat was de positie van het slachtoffer?
  • Had het slachtoffer enig aandeel in het ontstaan van het ongeval?
  • Hoeveel voertuigen waren betrokken?
  • Welke verzekeraars zijn betrokken?
  • Bestaat discussie over aansprakelijkheid?
  • Valt de situatie onder Bedrijfsregeling 7?
  • Welke verzekeraar treedt op als regelend verzekeraar?
  • Welke letselschade is ontstaan?
  • Zijn voorschotten nodig?
  • Welke punten moeten verzekeraars nog onderling regelen?

De centrale vraag voor het slachtoffer is dus niet noodzakelijk **wie uiteindelijk welk percentage schuld krijgt**, maar eerst of de schade voortvarend kan worden behandeld zonder op die discussie te wachten.

Letselschade als schuldloze derde claimen?

Bent u als passagier of andere volledig schuldloze betrokkene gewond geraakt bij een ongeval waarbij meerdere verzekeraars naar elkaar wijzen? Dan kan het zinvol zijn om te onderzoeken of Bedrijfsregeling 7 van toepassing is en welke verzekeraar uw schade moet behandelen.

Via de claimscan kunt u de toedracht, betrokken verzekeraars en schade gestructureerd in kaart brengen.

Heeft u medische klachten, dan staat passende medische zorg voorop. De claimscan vervangt geen medische beoordeling.

Vraag expliciet naar Bedrijfsregeling 7

Bent u als passagier gewond geraakt bij een ongeval met meerdere voertuigen en wijst iedere verzekeraar naar een andere partij? Vraag dan expliciet of uw zaak kan worden behandeld volgens Bedrijfsregeling 7 — Schuldloze derde. Het Verbond beschrijft deze regeling juist voor slachtoffers zonder eigen aandeel in het ongeval die anders in een discussie tussen verzekeraars terechtkomen.

Teken niet zomaar een schuldverklaring

Bent u passagier of op een andere manier buiten de oorzaak van het ongeval gebleven, onderteken dan niet zonder goede reden een verklaring waarin staat dat u zelf mede verantwoordelijk was voor het ontstaan van het ongeval. Het ontbreken van eigen schuld is juist essentieel voor toepassing van Bedrijfsregeling 7.

Veelgestelde vragen

Wilt u weten of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding?

Controleer met de gratis AI-claimscan of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding.

De AI-claimscan wordt aangeboden via Claims.nl.

Liever een letselschadeadvocaat spreken?

Heeft u letsel opgelopen bij een verkeersongeval en wilt u uw mogelijke letselschadezaak met een advocaat bespreken? Bel gratis 0800-6134.

Bel gratis 0800-6134

U wordt rechtstreeks doorgeschakeld naar het letselschadekantoor waarmee Verkeersongevallen.nl samenwerkt. Dit nummer is uitsluitend bedoeld voor mogelijke letselschadezaken.

Deze informatie is algemeen van aard en vormt geen juridisch advies. Wat in uw situatie geldt, is afhankelijk van de omstandigheden. Zie ons redactioneel beleid en onze disclaimer.