Verjaring van letselschade: wanneer is een schadeclaim te laat?
Een letselschadeclaim kan niet onbeperkt blijven liggen. Het Burgerlijk Wetboek kent verjaringstermijnen voor vorderingen tot schadevergoeding. Toch is de veelgehoorde uitspraak “letselschade verjaart na vijf jaar” te eenvoudig. De vijfjaarstermijn begint namelijk niet automatisch op de datum van het verkeersongeval. Voor het begin van de korte verjaringstermijn moet de benadeelde daadwerkelijk bekend zijn met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon en daadwerkelijk in staat zijn een vordering in te stellen. De Hoge Raad koppelt dit aan voldoende zekerheid dat de schade door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon is veroorzaakt.
Kort antwoord
Voor een vordering tot vergoeding van schade geldt op grond van artikel 3:310 lid 1 BW in beginsel een termijn van vijf jaar vanaf de dag nadat de benadeelde bekend is geworden met de schade én de daarvoor aansprakelijke persoon. Voor letsel- en overlijdensschade bevat artikel 3:310 BW bijzondere regels. Bij minderjarigen bepaalt lid 5 bovendien dat de vijfjaarstermijn in de daar bedoelde situatie pas gaat lopen vanaf de dag nadat de benadeelde meerderjarig is geworden. Een lopende verjaring kan onder voorwaarden worden gestuit, waardoor wordt voorkomen dat de rechtsvordering door het verstrijken van de lopende termijn verloren gaat.
Wat betekent verjaring?
Verjaring betekent dat een rechtsvordering na het verstrijken van een wettelijke termijn niet meer afdwingbaar kan zijn wanneer de wederpartij zich daarop beroept.
Dat betekent praktisch dat iemand mogelijk nog steeds meent schade te hebben geleden, maar de schadevergoeding juridisch niet meer met succes kan afdwingen.
Verjaring is daarom iets anders dan de vraag:
- of het ongeval werkelijk is gebeurd;
- of iemand schade heeft;
- of een ander oorspronkelijk aansprakelijk was.
Het gaat om de afdwingbaarheid van de vordering in de tijd.
Welke hoofdregel geldt?
Artikel 3:310 lid 1 BW kent voor schadevorderingen in beginsel een korte, subjectieve termijn van vijf jaar. Deze begint op de dag na die waarop de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon.
Lid 1 kent daarnaast in algemene zin een lange objectieve termijn van twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. Bij letsel en overlijden moet echter steeds worden gecontroleerd of de bijzondere regeling van artikel 3:310 lid 5 BW van toepassing is; het is daarom onjuist om voor letselschade zonder meer te zeggen dat een claim altijd twintig jaar na het ongeval vervalt.
Begint de vijfjaarstermijn op de dag van het ongeval?
Niet automatisch.
Dat is een van de belangrijkste misverstanden rond letselschade.
Een verkeersongeval kan op 1 januari plaatsvinden, maar de relevante vijfjaarstermijn begint juridisch pas wanneer aan de wettelijke bekendheidsvoorwaarden is voldaan.
De benadeelde moet daadwerkelijk bekend zijn met:
- de schade;
- de aansprakelijke persoon.
De Hoge Raad heeft bovendien geoordeeld dat de termijn pas begint wanneer de benadeelde daadwerkelijk in staat is een schadevordering in te stellen. Daarvoor moet voldoende zekerheid bestaan dat de schade door het relevante handelen of nalaten van die persoon is veroorzaakt. Absolute zekerheid is niet vereist.
Voorbeeld: direct duidelijke aanrijding
Een automobilist rijdt op 1 maart 2026 achterop een stilstaande auto. De bestuurder van de stilstaande auto heeft dezelfde dag nekklachten, kent de identiteit van de andere automobilist en heeft voldoende duidelijkheid over de relatie tussen de botsing en de eerste schade. In zo'n relatief overzichtelijke situatie kan de vijfjaarstermijn al kort na het ongeval beginnen. Dit voorbeeld is uitsluitend illustratief. Het daadwerkelijke aanvangsmoment moet steeds op basis van de concrete feiten worden vastgesteld.
Wat betekent “bekend met de schade”?
Dat begrip kan bij letsel ingewikkeld zijn.
Niet ieder lichamelijk ongemak betekent onmiddellijk dat iemand juridisch voldoende bekend is met een schade waarvoor een ander mogelijk aansprakelijk is.
Bij gezondheidsklachten kan onzekerheid bestaan over:
- wat de klachten veroorzaakt;
- of zij tijdelijk zijn;
- of zij samenhangen met het ongeval;
- of werkelijk schade ontstaat.
De rechtspraak vereist daadwerkelijke bekendheid en niet alleen een vermoeden. De Hoge Raad heeft eerder expliciet geoordeeld dat een enkel vermoeden van schade niet voldoende hoeft te zijn.
Dat betekent echter niet dat iemand kan wachten totdat iedere medische of financiële consequentie exact bekend is.
Voorbeeld: oorzaak klachten lange tijd onzeker
Iemand ontwikkelt na een gebeurtenis gezondheidsklachten, maar lange tijd is onduidelijk waardoor die klachten worden veroorzaakt. Pas later ontstaat voldoende zekerheid dat de schade verband houdt met mogelijk foutief handelen van een bepaalde persoon. In dergelijke situaties kan discussie ontstaan over wanneer de benadeelde daadwerkelijk voldoende bekend was om een vordering te kunnen instellen. De Hoge Raad hanteert daarbij het criterium dat voldoende zekerheid moet zijn verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon.
Moet de volledige omvang van de schade bekend zijn?
Nee, niet noodzakelijk.
Voor het beginnen van de termijn hoeft niet iedere toekomstige schadepost al exact te zijn berekend.
Het gaat om voldoende bekendheid om daadwerkelijk een vordering te kunnen instellen.
Bij letselschade kan de omvang van de schade vervolgens jarenlang veranderen, bijvoorbeeld door:
- langer herstel;
- inkomensverlies;
- toekomstige behandelingen;
- blijvende beperkingen.
Dat de totale schade nog niet exact vaststaat, betekent daarom niet automatisch dat de verjaringstermijn nog niet kan zijn begonnen.
Wat betekent “bekend met de aansprakelijke persoon”?
De benadeelde moet weten welke persoon voor de schade verantwoordelijk kan worden gehouden.
Dat vereist meer dan alleen weten dát schade bestaat.
Bij een eenvoudig verkeersongeval kan dit snel duidelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer twee bekende bestuurders betrokken zijn.
Bij andere gebeurtenissen kan de verantwoordelijke partij pas later duidelijk worden.
De wettelijke termijn is gekoppeld aan daadwerkelijke bekendheid, niet uitsluitend aan de theoretische mogelijkheid dat iemand eerder onderzoek had kunnen doen.
Moet ik juridisch weten dat de ander aansprakelijk is?
Niet noodzakelijk.
Onzekerheid over de juridische beoordeling van bekende feiten verhindert niet altijd dat de verjaring begint.
De rechtspraak maakt onderscheid tussen:
- onvoldoende bekendheid met de relevante feiten;
- onzekerheid over de juridische waardering van feiten die wél bekend zijn.
Het is daarom riskant om te denken:
“Ik wist niet dat ik juridisch kon claimen, dus de verjaring kon nog niet lopen.”
De bekendheidsvraag draait primair om feitelijke kennis en voldoende zekerheid over schade en veroorzaker, niet om volledige juridische expertise.
Tip: baseer een beslissing over verjaring nooit uitsluitend op de vraag wanneer u voor het eerst hoorde dat u “mogelijk recht op schadevergoeding” had. Het juridische aanvangsmoment kan eerder liggen.
Wat geldt bij letselschade specifiek?
Artikel 3:310 BW bevat een bijzondere regeling voor schade door letsel of overlijden.
Daarom moet bij een letselschadezaak niet alleen de algemene hoofdregel van lid 1 worden gelezen.
Voor dit type schade is lid 5 van bijzonder belang.
Bij letselschade moet daarom steeds worden gecontroleerd:
- wanneer de benadeelde met schade en aansprakelijke persoon bekend werd;
- of de benadeelde toen minderjarig was;
- of en wanneer de termijn is gestuit;
- of andere bijzondere regels relevant zijn.
Wat geldt voor minderjarigen?
Minderjarigen krijgen bij letsel- en overlijdensschade bijzondere bescherming.
Artikel 3:310 lid 5 BW bepaalt in de daar bedoelde situatie dat wanneer de benadeelde minderjarig was op de dag waarop hij met de schade en aansprakelijke persoon bekend werd, de vordering pas verjaart door verloop van vijf jaar vanaf de dag nadat hij meerderjarig is geworden. De rechtspraak past deze bijzondere regel daadwerkelijk toe.
Dat betekent niet dat het verstandig is een letselschadezaak van een kind jarenlang onaangeroerd te laten.
Bewijs, medische informatie en gegevens over de toedracht kunnen met de tijd moeilijker beschikbaar worden.
Betekent minderjarigheid dat nooit hoeft te worden gestuit?
Nee.
De bijzondere regel geeft juridische bescherming, maar zodra de relevante termijn loopt, moet nog steeds worden voorkomen dat deze voltooit.
Bovendien kunnen in een concrete zaak meerdere partijen of verschillende typen vorderingen bestaan.
Laat daarom niet uitsluitend op basis van “het slachtoffer was minderjarig” aannemen dat geen enkele actie nodig is.
Wat is stuiting?
Stuiting is een juridische handeling waardoor wordt voorkomen dat een lopende verjaringstermijn voltooit.
Na een geldige stuiting begint in beginsel opnieuw een verjaringstermijn te lopen volgens de toepasselijke regels.
Stuiting is daarom essentieel wanneer een schadezaak langer duurt dan de lopende verjaringstermijn.
Een letselschadezaak kan immers vele jaren duren zonder dat de schade definitief kan worden afgewikkeld.
Hoe kan een schadevordering worden gestuit?
Het Burgerlijk Wetboek kent verschillende manieren om verjaring te stuiten.
Bij schadevorderingen kan bijvoorbeeld een voldoende duidelijke schriftelijke mededeling waarmee de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt van belang zijn.
Daarnaast kan een daad van rechtsvervolging, zoals het instellen van een procedure, onder wettelijke voorwaarden stuitende werking hebben.
Welke methode geschikt is, hangt af van het type vordering en omstandigheden.
Wat moet in een stuitingsbrief staan?
Een stuitingsbrief moet voldoende duidelijk maken dat de schuldeiser zijn recht niet prijsgeeft.
Het is daarom onverstandig uitsluitend een informele boodschap te sturen als:
“Wij houden contact.”
of:
“De zaak loopt nog.”
De mededeling moet juridisch voldoende duidelijk zijn om de wederpartij erop bedacht te laten zijn dat zij ook na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn rekening moet blijven houden met een mogelijke vordering.
Laat bij twijfel een stuitingsbrief juridisch controleren.
Is een e-mail voldoende?
Dat kan niet los van de inhoud en omstandigheden worden beoordeeld.
Het centrale punt is niet alleen het gebruikte communicatiemiddel, maar of de mededeling:
- schriftelijk is;
- de juiste wederpartij bereikt;
- voldoende duidelijk betrekking heeft op de relevante vordering;
- ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt.
Bewaar bewijs van verzending én ontvangst.
Moet een stuitingsbrief naar de aansprakelijke persoon of verzekeraar?
Dit kan juridisch belangrijk zijn.
Een mededeling aan de verkeerde partij heeft niet automatisch dezelfde werking als een correcte stuiting tegenover degene tegen wie de vordering bestaat.
Bij verkeersongevallen kan bovendien een aansprakelijkheidsverzekeraar betrokken zijn en kunnen bijzondere regels rond rechtstreekse aanspraken spelen.
Ga daarom niet zonder beoordeling uit van:
“Als de verzekeraar een e-mail heeft gehad, is iedere mogelijke verjaring automatisch gestuit.”
Controleer precies:
- wie schuldenaar is;
- welke vordering wordt gestuit;
- wie de brief heeft ontvangen;
- welke juridische relatie met de verzekeraar bestaat.
Hoe lang loopt de termijn na stuiting?
Na een geldige stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn.
Daarom moet bij langlopende letselschadezaken niet één keer worden gestuit en vervolgens worden aangenomen dat de zaak daarna onbeperkt veilig is.
Er moet een administratie worden bijgehouden van:
- oorspronkelijke aanvangsdatum;
- eerdere stuitingsdata;
- ontvangers;
- nieuwe uiterste data.
Dit is vooral belangrijk bij letselzaken die vele jaren duren.
Voorbeeld: langlopende letselschadezaak
Een slachtoffer raakt in 2026 gewond. De aansprakelijkheid wordt erkend, maar het herstel duurt jarenlang. Pas veel later kan worden vastgesteld welke beperkingen blijvend zijn. Dat een verzekeraar actief met de zaak bezig is, betekent niet dat verjaring daarom nooit aandacht nodig heeft. De vordering moet gedurende het traject juridisch veilig blijven.
Stoppen onderhandelingen de verjaring automatisch?
Ga daar niet zonder meer vanuit.
Onderhandelingen en correspondentie kunnen juridisch relevant zijn, maar het is gevaarlijk om uitsluitend op lopend contact te vertrouwen zonder te controleren of de vordering daadwerkelijk tijdig en geldig is gestuit.
Een rechtbank behandelde in 2026 bijvoorbeeld een letselschadezaak waarin na een afwijzing lange tijd geen stuitingshandeling was verricht; de verzekeraar beriep zich vervolgens op verjaring.
Gebruik daarom een expliciete stuitingsstrategie.
Wat als aansprakelijkheid al is erkend?
Ook dan moet de verjaringspositie worden bewaakt.
Erkenning kan juridisch gevolgen hebben, maar trek daaruit niet zelf de conclusie dat elke mogelijke verjaring permanent is verdwenen.
Letselschade kan bestaan uit meerdere onderdelen en de afwikkeling kan zeer lang duren.
Laat bij een langlopende zaak periodiek controleren welke vorderingen nog openstaan en welke termijnen gelden.
Wat als een verzekeraar aansprakelijkheid afwijst?
Een afwijzing maakt termijnbewaking juist extra belangrijk.
Een slachtoffer kan tijd nodig hebben om:
- bewijs te verzamelen;
- juridisch advies in te winnen;
- medisch causale vragen te onderzoeken;
- te onderhandelen.
Die inhoudelijke discussie mag er niet toe leiden dat ondertussen een verjaringstermijn ongemerkt verloopt.
Lees daarvoor ook Verzekeraar wijst aansprakelijkheid af.
Wat als klachten pas later ontstaan?
Later ontstane klachten betekenen niet automatisch dat voor iedere schadepost een volledig nieuwe vijfjaarstermijn begint.
De beoordeling hangt af van:
- wanneer voldoende bekendheid met relevante schade bestond;
- of latere schade voortvloeit uit dezelfde gebeurtenis;
- wat eerder redelijkerwijs bekend was;
- hoe de vordering juridisch is ingericht.
Juist bij later ontstane of later herkende klachten kan het aanvangsmoment juridisch ingewikkeld zijn.
Laat daarom niet op basis van een algemene internetregel bepalen dat een claim “nog vijf jaar vanaf de nieuwe klacht” geldig is. Lees ook later ontstane klachten na een ongeval.
Wat als klachten eerst licht waren en later ernstig worden?
Ook dan hoeft de termijn niet opnieuw vanaf nul te beginnen.
De volledige omvang van toekomstige schade hoeft immers niet bekend te zijn voordat de vijfjaarstermijn kan gaan lopen.
Het relevante moment is wanneer voldoende bekendheid bestond met de schade en aansprakelijke persoon om een vordering te kunnen instellen.
Een latere verslechtering kan de omvang van de schade veranderen zonder automatisch het oorspronkelijke verjaringsmoment te vervangen.
Wat als ik pas later begrijp dat mijn klachten door het ongeval komen?
Dit kan juist relevant zijn voor de bekendheidsvraag.
De Hoge Raad verlangt voldoende zekerheid dat de schade is veroorzaakt door het relevante tekortschietende of foutieve handelen. Absolute zekerheid is niet nodig, maar een enkel vermoeden kan onvoldoende zijn.
De grens is feitelijk en kan per zaak verschillen.
Daarom is dit een typisch onderwerp waarbij individuele juridische beoordeling nodig kan zijn.
Wat als ik pas later weet wie aansprakelijk is?
Ook dat kan invloed hebben op het begin van de vijfjaarstermijn.
Artikel 3:310 lid 1 BW vereist bekendheid met zowel de schade als de aansprakelijke persoon.
Maar “bekendheid” mag niet zomaar gelijk worden gesteld aan het moment waarop iemand uiteindelijk juridisch advies krijgt.
De relevante feitelijke kennis moet worden beoordeeld.
Verjaart smartengeld apart?
Smartengeld maakt onderdeel uit van de schadevordering van het slachtoffer.
Ga daarom niet zonder specifieke juridische grondslag ervan uit dat iedere schadepost uit hetzelfde ongeval altijd zijn eigen volledig afzonderlijke verjaringstermijn heeft.
De juridische samenhang tussen verschillende schadeposten kan van belang zijn.
Wanneer discussie bestaat over één specifieke post, laat de verjaring daarvan afzonderlijk beoordelen.
Verjaart toekomstige schade?
Ook toekomstige schade kan onderdeel zijn van een reeds bestaande schadevordering.
Dat is een belangrijke reden waarom letselschade vaak pas definitief wordt afgewikkeld wanneer voldoende medische en financiële duidelijkheid bestaat.
Het nog niet exact kennen van toekomstige schade voorkomt echter niet automatisch het lopen van de verjaring.
Is de twintigjaarstermijn altijd relevant?
Nee.
Artikel 3:310 lid 1 BW kent in algemene zin een objectieve termijn van twintig jaar vanaf de schadeveroorzakende gebeurtenis.
Maar voor schade door letsel of overlijden geldt een bijzondere wettelijke regeling. Daarom mag een consumentgerichte letselschadepagina niet simpelweg zeggen:
“U heeft altijd maximaal twintig jaar na het ongeval.”
Dat kan juridisch misleidend zijn.
Wat is het verschil tussen verjaring en verval?
Bij verjaring bestaat een rechtsvordering na het verstrijken van de termijn niet op dezelfde manier afdwingbaar wanneer een beroep op verjaring slaagt.
Een vervaltermijn werkt juridisch anders en kan strengere gevolgen hebben.
Verzekeringsvoorwaarden of specifieke wettelijke regelingen kunnen bovendien eigen termijnen kennen.
Gebruik de begrippen daarom niet door elkaar.
Verjaring tegenover uw eigen verzekeraar kan anders zijn
Dit is een belangrijk onderscheid.
Een vordering tot schadevergoeding op een aansprakelijke derde is iets anders dan een aanspraak op uitkering onder uw eigen verzekering.
Voor vorderingen op een verzekeraar kan bijvoorbeeld artikel 7:942 BW relevant zijn. Rechtspraak beschrijft daarvoor een driejaarstermijn vanaf het moment waarop de tot uitkering gerechtigde met de opeisbaarheid bekend is geworden.
Daarom mag op deze pagina niet worden geschreven: “Voor iedere verzekeringsclaim geldt dezelfde vijfjaarstermijn van artikel 3:310 BW.”
Voorbeeld: SVI-claim
Een bestuurder heeft een schadeverzekering inzittenden en wil op grond van zijn eigen polis een uitkering. Dat is juridisch een andere grondslag dan een vordering uit aansprakelijkheid tegen een andere verkeersdeelnemer. De toepasselijke verjaringsregels kunnen daardoor verschillen. Lees daarvoor ook Schadeverzekering inzittenden.
Wie moet bewijzen dat de vordering verjaard is?
Verjaring speelt doorgaans wanneer de wederpartij zich erop beroept.
Vervolgens kan discussie ontstaan over:
- wanneer de termijn begon;
- of voldoende bekendheid bestond;
- of tijdig is gestuit;
- of de stuitingshandeling de juiste vordering en partij bereikte.
Bewaar daarom alle relevante correspondentie zorgvuldig.
Welke documenten zijn belangrijk?
Bewaar in ieder geval:
- eerste aansprakelijkstelling;
- erkenningen of afwijzingen;
- stuitingsbrieven;
- verzendbewijzen;
- ontvangstbevestigingen;
- e-mails;
- verzekeringscorrespondentie;
- relevante medische informatie over het ontstaan van klachten;
- documenten waaruit blijkt wanneer een aansprakelijke partij bekend werd.
De chronologie kan bij een verjaringsgeschil doorslaggevend worden.
Tip: maak een aparte termijnlijst met per vordering: tegenpartij, wettelijke grondslag, startdatum, laatste stuiting en eerstvolgende controledatum. Vertrouw niet alleen op oude e-mails in een dossier.
Wat moet u doen als vijf jaar bijna voorbij zijn?
Wacht niet tot duidelijk is wie uiteindelijk gelijk heeft.
Laat zo snel mogelijk beoordelen:
- welke vordering bestaat;
- wanneer de termijn mogelijk begon;
- tegen welke partij de vordering loopt;
- of eerder geldig is gestuit;
- welke nieuwe stuitingshandeling nodig is;
- hoe ontvangst kan worden bewezen.
Een inhoudelijk perfecte aansprakelijkheidsclaim heeft weinig waarde wanneer de rechtsvordering door een vermijdbare verjaring niet meer afdwingbaar blijkt.
Kan een verjaarde claim alsnog worden betaald?
Een wederpartij kan er om verschillende redenen voor kiezen geen beroep op verjaring te doen.
Maar daar mag een slachtoffer niet op vertrouwen.
Wanneer een geldig beroep op verjaring wordt gedaan, kan dit de afdwingbaarheid van de vordering wezenlijk aantasten.
Voorkomen is daarom veel veiliger dan achteraf proberen een verjaringsdiscussie te herstellen.
Is verjaring altijd eenvoudig vast te stellen?
Nee.
Juist letselschade kan ingewikkeld zijn doordat discussie kan bestaan over:
- ontstaan van klachten;
- oorzaak van schade;
- bekendheid met verantwoordelijke partij;
- minderjarigheid;
- meerdere aansprakelijke partijen;
- meerdere juridische vorderingen;
- eerdere correspondentie;
- stuiting;
- eigen verzekeringen.
De enkele datum van het verkeersongeval is daarom niet voldoende om in iedere zaak de einddatum te berekenen.
Veelgemaakte fouten
“Een letselschadeclaim verjaart altijd vijf jaar na het ongeluk.”
Nee. De vijfjaarstermijn is gekoppeld aan bekendheid met schade en aansprakelijke persoon, niet automatisch aan de ongevalsdatum.
“Als mijn schade nog niet definitief is, begint de termijn niet.”
Te absoluut. De volledige omvang van de schade hoeft niet exact bekend te zijn voordat de termijn kan beginnen.
“Ik wist niet dat ik juridisch recht had op vergoeding, dus de termijn liep niet.”
Niet noodzakelijk. Onzekerheid over de juridische waardering van bekende feiten blokkeert de termijn niet automatisch.
“Als de verzekeraar met mij onderhandelt, hoef ik nooit te stuiten.”
Riskant. Vertrouw niet op informeel contact zonder de verjaringspositie expliciet te controleren.
“Eén stuitingsbrief beschermt mijn zaak voor altijd.”
Nee. Na stuiting begint opnieuw een termijn die opnieuw moet worden bewaakt.
“Voor mijn eigen verzekering geldt ook altijd vijf jaar.”
Nee. Voor een uitkering uit een eigen verzekering kunnen andere verjaringsregels gelden, waaronder artikel 7:942 BW.
“Bij een minderjarig slachtoffer loopt dezelfde termijn als bij een volwassene.”
Nee. Artikel 3:310 lid 5 BW bevat voor minderjarigen bij letsel- en overlijdensschade een bijzondere regeling.
Juridische kern
Bij verjaring van letselschade moet systematisch worden gewerkt.
Stap 1 — Welke vordering bestaat?
Is het:
- een aansprakelijkheidsvordering tegen een andere verkeersdeelnemer;
- een directe aanspraak tegen diens verzekeraar;
- een contractuele vordering uit een eigen verzekering;
- een andere rechtsvordering?
Verschillende grondslagen kunnen verschillende termijnen hebben.
Stap 2 — Welke verjaringsregel geldt?
Voor een gewone schadevordering is artikel 3:310 BW het centrale uitgangspunt.
Stap 3 — Wanneer ontstond daadwerkelijke bekendheid?
Beoordeel afzonderlijk:
- schade;
- aansprakelijke persoon;
- voldoende zekerheid om een vordering te kunnen instellen.
Stap 4 — Geldt een bijzondere regel?
Bijvoorbeeld:
- letsel of overlijden;
- minderjarigheid.
Stap 5 — Is eerder gestuit?
Controleer:
- datum;
- inhoud;
- ontvanger;
- bewijs van ontvangst;
- welke vordering werd veiliggesteld.
Stap 6 — Wat is de nieuwe uiterste datum?
Maak deze expliciet en bewaak haar.
Stap 7 — Zijn er meerdere vorderingen of partijen?
Controleer de verjaring per relevante rechtsverhouding.
Deze systematiek voorkomt dat één algemene termijn ten onrechte op de hele zaak wordt toegepast.
Verjaring laten controleren
Bij verjaring kan één dag verschil juridisch belangrijk zijn.
Wanneer u niet zeker weet wanneer de termijn is begonnen of of een eerdere brief voldoende heeft gestuit, wacht dan niet tot het einde van de vermoedelijke termijn.
Laat de chronologie en stukken tijdig beoordelen.
Verkeersongevallen.nl geeft algemene informatie en kan niet op basis van alleen een ongevalsdatum vaststellen wanneer een individuele vordering exact verjaart.
Een eventuele Claims.nl-verwijzing blijft een aanvullende vervolgstap en vervangt geen specifieke termijncontrole.
Vijf jaar na het ongeval is niet automatisch de juiste einddatum.
Het relevante aanvangsmoment hangt onder meer af van daadwerkelijke bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon. Bij letsel, minderjarigheid en verschillende soorten vorderingen kunnen bovendien bijzondere regels spelen.
Bewaar een aparte verjaringskalender.
Noteer per vordering: tegenpartij; mogelijke startdatum; datum van iedere stuiting; bewijs van ontvangst; eerstvolgende datum waarop opnieuw actie nodig kan zijn.
Praktisch stappenplan
Stap 1
Noteer de datum van het ongeval.
Stap 2
Noteer wanneer schade voor het eerst voldoende duidelijk werd.
Stap 3
Noteer wanneer de mogelijk aansprakelijke persoon bekend werd.
Stap 4
Verzamel alle aansprakelijkstellingen en stuitingsbrieven.
Stap 5
Controleer aan wie iedere brief is gestuurd.
Stap 6
Bewaar bewijs van ontvangst.
Stap 7
Maak per vordering een nieuwe uiterste controledatum.
Stap 8
Controleer afzonderlijk eigen verzekeringsclaims.
Stap 9
Laat twijfel vóór afloop van de mogelijke termijn beoordelen.
Stap 10
Wacht bij een naderende termijn niet op de uitkomst van onderhandelingen.
Veelgestelde vragen
Bronnen
- wetsartikelBurgerlijk Wetboek, Boek 3, artikel 310 (verjaring van rechtsvorderingen tot schadevergoeding)
- wetsartikelBurgerlijk Wetboek, Boek 3, artikel 316 (stuiting door het instellen van een eis of andere daad van rechtsvervolging)
- wetsartikelBurgerlijk Wetboek, Boek 3, artikel 317 (stuiting door schriftelijke aanmaning of mededeling)
- wetsartikelBurgerlijk Wetboek, Boek 7, artikel 942 (verjaring van rechtsvorderingen tegen de verzekeraar)
- instantieRechtspraak.nl / Hoge Raad — uitleg van het bekendheidscriterium bij artikel 3:310 BW
Lees ook
Juridische achtergrond
Schadevergoeding
Wat kunt u nu doen?
Controleer met de gratis AI-claimscan of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding.
De AI-claimscan wordt aangeboden via Claims.nl.
Deze informatie is algemeen van aard en vormt geen juridisch advies. Wat in uw situatie geldt, is afhankelijk van de omstandigheden. Zie ons redactioneel beleid en onze disclaimer.