Ongeval met tram: aansprakelijkheid en letselschade claimen
Een ongeval met een tram kan midden in het gewone verkeer plaatsvinden. Een auto kan met een tram botsen op een kruispunt, een fietser of voetganger kan worden geraakt, een reiziger kan tijdens het instappen vallen of iemand kan in de tram letsel oplopen door een plotselinge beweging. Juist daardoor bestaat er niet één standaardregel voor aansprakelijkheid bij een tramongeval. Bij een botsing tussen een tram en een auto kunnen bijvoorbeeld verkeerslichten, voorrang, rijrichting en de positie van de tramrails belangrijk zijn. Bij een voetganger of fietser spelen andere omstandigheden. En wanneer een passagier in de tram valt, moet worden onderzocht waardoor de beweging van het voertuig ontstond. Bij ernstig of acuut letsel staat medische hulp altijd voorop. Daarna kan worden onderzocht wie juridisch aansprakelijk is en welke letselschade voor vergoeding in aanmerking kan komen. Op deze pagina leest u over de belangrijkste soorten tramongevallen, aansprakelijkheid, bewijs, schadevergoeding en de stappen die u na het ongeval kunt nemen.
Kort antwoord
Bij een ongeval met een tram bestaat geen enkele standaardregel voor aansprakelijkheid. Wie aansprakelijk is, hangt af van het soort ongeval: een botsing met een auto, fietser, voetganger of scooter wordt anders beoordeeld dan letsel als passagier tijdens de rit of bij het in- of uitstappen. Verkeerslichten, voorrang, rijrichting, zicht en de positie van de tram spelen daarbij een rol, evenals eventuele eigen schuld.
Welke soorten tramongevallen zijn er?
Een tramongeval kan verschillende vormen aannemen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- een auto die met een tram botst
- een fietser die door een tram wordt geraakt
- een voetganger die wordt aangereden
- een scooter of motorrijder die met een tram botst
- een aanrijding op een kruispunt
- een tram die een afslaand voertuig raakt
- een botsing bij het oversteken van tramrails
- een val tijdens een tramrit
- letsel door plotseling remmen
- letsel door plotseling optrekken
- een ongeval tijdens instappen
- een ongeval tijdens uitstappen
- letsel door sluitende deuren
- een val bij een tramhalte
- een ongeval tussen uitstappende reizigers en ander verkeer
- een ontsporing of botsing van de tram
Welke aansprakelijkheidsregels het belangrijkst zijn, hangt af van de specifieke ongevalssituatie.
Waarom is een tramongeval juridisch bijzonder?
Een tram rijdt over rails, maar bevindt zich vaak midden tussen het gewone wegverkeer. Daarmee verschilt een tram van zowel een auto als een trein.
Trams:
- kunnen een kruispunt met auto's, fietsers en voetgangers delen
- hebben een veel langere remweg dan gewone wegvoertuigen
- kunnen niet uitwijken
- volgen een vaste spoorbaan
- stoppen soms midden in de openbare verkeersruimte
- vervoeren vaak veel staande passagiers
Daarnaast valt tramverkeer onder het wettelijke kader voor lokaal spoor.
Dat betekent echter niet dat voor iedere schadeclaim simpelweg naar één spoorregel kan worden gekeken. De concrete verkeerssituatie en de toepasselijke aansprakelijkheidsregels blijven bepalend.
Wie is aansprakelijk bij een ongeval met een tram?
Dat kan per ongeval sterk verschillen.
Mogelijk relevante partijen zijn bijvoorbeeld:
- de tramvervoerder
- de bestuurder van een auto
- een fietser of andere verkeersdeelnemer
- een infrastructuurbeheerder
- een andere partij die een gevaarlijke situatie heeft veroorzaakt
Bij de beoordeling kunnen onder andere van belang zijn:
- verkeerslichten
- verkeersborden
- tramlichten en signalering
- voorrangsregels
- rijrichtingen
- snelheid
- zicht
- de positie van de tram
- het moment waarop iemand de rails overstak
- handelen van de trambestuurder
- handelen van andere verkeersdeelnemers
- technische omstandigheden
- camerabeelden
- getuigenverklaringen
Daarom kan niet alleen uit het feit dat een tram bij de botsing betrokken was worden afgeleid wie aansprakelijk is.
Auto botst met tram
Een botsing tussen een auto en een tram ontstaat vaak bij een kruising of wanneer de auto tramrails moet oversteken.
Bijvoorbeeld wanneer een automobilist:
- linksaf slaat over de trambaan
- rechtsaf slaat terwijl de tram nadert
- de tramrails oversteekt
- op de trambaan tot stilstand komt
- een verkeerslicht of tramsignaal verkeerd interpreteert
Ook kan discussie ontstaan over de vraag of de trambestuurder de botsing nog had kunnen voorkomen.
Voorbeeld: auto slaat over tramrails af
Een automobilist wil links afslaan en moet daarvoor een trambaan oversteken. Vanuit dezelfde richting nadert een tram. Tijdens het oversteken ontstaat een botsing.
Bij de aansprakelijkheidsbeoordeling kan worden gekeken naar de verkeerslichten en signalen, het moment waarop de auto de rails opreed, de afstand tot de tram, de snelheid en de mogelijkheid voor beide bestuurders om op de situatie te reageren.
De mededeling dat een tram "altijd voorrang heeft" is onvoldoende om zo'n ongeval zorgvuldig te beoordelen.
Heeft een tram altijd voorrang?
Nee. Zo algemeen kan dat niet worden gesteld.
Bij tramverkeer kunnen specifieke verkeersregels gelden, maar ook verkeerslichten, verkeerstekens en de concrete inrichting van een kruispunt zijn belangrijk.
Een tram kan in sommige verkeerssituaties een bijzondere positie hebben. Daaruit volgt echter niet dat bij iedere botsing waarbij een tram betrokken is automatisch de andere verkeersdeelnemer aansprakelijk is.
Bij een schadeclaim moet daarom altijd naar de specifieke situatie worden gekeken.
Fietser aangereden door tram
Een botsing tussen een fietser en een tram kan ernstig letsel veroorzaken.
Een fietser kan bijvoorbeeld:
- tramrails oversteken
- tegelijk met een tram een kruispunt oprijden
- naast de tram rijden
- bij een halte een tram kruisen
- met een wiel in de tramrails terechtkomen en vallen
- onverwacht voor een naderende tram terechtkomen
Bij aansprakelijkheid moet onder andere worden onderzocht:
- wie welke rijrichting had
- welke verkeerslichten golden
- of de fietser de tram kon waarnemen
- of de trambestuurder de fietser kon waarnemen
- hoeveel reactietijd er bestond
- wat de plaatselijke verkeerssituatie was
De aansprakelijkheidsregels voor een aanrijding met een tram moeten bovendien zorgvuldig worden onderscheiden van de regels voor een gewone botsing tussen een fietser en een motorvoertuig.
Fietser valt door tramrails
Ook zonder rechtstreeks contact met een tram kan een tramgerelateerd ongeval ontstaan. Een fietswiel kan bijvoorbeeld in of langs een rail terechtkomen, waardoor de fietser valt.
Dat betekent niet automatisch dat de tramvervoerder of infrastructuurbeheerder aansprakelijk is.
Relevant kunnen bijvoorbeeld zijn:
- de inrichting van de weg
- de staat van de rails
- eventuele beschadigingen
- hoogteverschillen
- werkzaamheden
- waarschuwingen
- de positie waarin de fietser de rails kruiste
Bij een afwijkende of beschadigde situatie kunnen foto's kort na het ongeval belangrijk bewijs vormen.
Voetganger aangereden door tram
Voetgangers komen op veel plaatsen dicht bij trams.
Denk aan:
- oversteekplaatsen
- tramhaltes
- verkeerspleinen
- winkelstraten
- stationsgebieden
Een voetganger kan bij een aanrijding ernstig gewond raken.
Voor aansprakelijkheid kan onder meer relevant zijn:
- waar de voetganger overstak
- welke signalering aanwezig was
- of een verkeerslicht van toepassing was
- zicht tussen voetganger en trambestuurder
- snelheid van de tram
- eventuele afleiding
- waarschuwingen van de tram
- beschikbare reactietijd
Het feit dat een tram een lange remweg heeft is een belangrijke fysieke eigenschap, maar bepaalt niet zelfstandig wie juridisch aansprakelijk is.
Scooter of motor tegen tram
Ook een scooter- of motorrijder kan bij een tramongeval betrokken raken.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren:
- op een kruispunt
- bij het oversteken van tramrails
- tijdens een inhaal- of afslaande manoeuvre
- door uitglijden of vallen op of naast rails
Een motor of scooter kan bovendien na een eerste manoeuvre ten val komen en vervolgens tegen een tram terechtkomen.
Voor de aansprakelijkheid moet daarom niet alleen naar het uiteindelijke botsmoment worden gekeken, maar ook naar de gebeurtenissen direct daarvoor.
Ongeval bij een tramhalte
Tramhaltes kunnen midden tussen andere verkeersstromen liggen.
Reizigers moeten soms een rijbaan of fietspad oversteken om de tram te bereiken of na het uitstappen de stoep te bereiken.
Daar kunnen conflicten ontstaan tussen:
- reizigers
- fietsers
- scooters
- auto's
- de tram zelf
Welke verkeersdeelnemer moet stoppen of voorgaan is afhankelijk van de precieze inrichting en verkeersregels ter plaatse.
Voorbeeld: uitstappende reiziger en fietser
Een reiziger stapt uit een tram en moet een fietspad oversteken om de stoep te bereiken. Op dat moment nadert een fietser en ontstaat een botsing.
Dan moet zorgvuldig worden gekeken naar de inrichting van de halte, de toepasselijke verkeersregels, de zichtbaarheid van de uitstappende reiziger en het gedrag van beide personen.
De aansprakelijkheid kan niet uitsluitend worden bepaald door te zeggen dat de fietser reed of dat de reiziger uit de tram kwam.
Gewond als passagier in een tram
Letsel kan ook ontstaan zonder botsing met een andere verkeersdeelnemer.
Een passagier kan bijvoorbeeld vallen doordat de tram:
- optrekt
- remt
- een noodstop maakt
- onverwacht een beweging maakt
- betrokken raakt bij een botsing
Dat een reiziger tijdens de rit valt betekent niet automatisch dat de vervoerder aansprakelijk is.
Trams zijn bewegende voertuigen en reizigers moeten rekening houden met normale bewegingen tijdens de rit.
Anders kan het liggen wanneer sprake is van een uitzonderlijk harde of onverwachte beweging.
Dan moet onder andere worden onderzocht waarom die beweging ontstond.
Letsel door plotseling remmen
Een trambestuurder kan hard moeten remmen om een aanrijding te voorkomen.
Bijvoorbeeld omdat:
- een fietser plotseling oversteekt
- een auto de trambaan oprijdt
- een voetganger voor de tram komt
- een ander obstakel ontstaat
Een harde remming kan noodzakelijk zijn geweest.
Daarom levert alleen de vaststelling dat de tram hard remde nog geen automatische aansprakelijkheid op.
Relevant kunnen zijn:
- waarom werd geremd
- hoe uitzonderlijk was de beweging
- vielen meerdere reizigers
- wat verklaren getuigen
- bestaan camerabeelden of voertuiggegevens?
Voorbeeld: reiziger valt bij noodstop
Een staande reiziger bevindt zich in een tram wanneer deze plotseling hard remt. De reiziger valt en loopt schouderletsel op.
Later blijkt dat een auto onverwacht de trambaan was opgereden.
Dan kan niet alleen worden gekeken naar de trambestuurder. Ook het handelen van de automobilist kan van groot belang zijn voor de aansprakelijkheid.
Letsel tijdens instappen of uitstappen
Een reiziger kan gewond raken doordat hij of zij:
- tussen tram en halte valt
- struikelt over een hoogteverschil
- door sluitende deuren wordt geraakt
- valt wanneer de tram beweegt
- tijdens drukte wordt geduwd
- onvoldoende gelegenheid krijgt om veilig uit te stappen
Welke partij eventueel aansprakelijk is hangt af van de oorzaak.
Een technisch defect aan een deur is bijvoorbeeld een andere situatie dan iemand die na een duidelijk sluitsignaal alsnog probeert in te stappen.
Letsel door tramdeuren
Bij letsel door sluitende deuren kan onder andere worden onderzocht:
- wanneer de deuren begonnen te sluiten
- welke waarschuwing werd gegeven
- of de reiziger al bezig was met in- of uitstappen
- of het beveiligingssysteem correct functioneerde
- of de deuren opnieuw openden bij contact
- of het incident op camerabeelden staat
Leg indien mogelijk voertuig-, lijn-, halte- en tijdgegevens vast.
Die informatie kan later nodig zijn om het betrokken voertuig en beschikbare gegevens te identificeren.
Ongeval door ontsporing of botsing
Hoewel veel tramongevallen plaatsvinden tussen tram en gewoon verkeer, kan ook sprake zijn van een ernstiger spoorincident.
Bijvoorbeeld:
- ontsporing
- botsing tussen trams
- botsing met een object
- infrastructuurprobleem
- technisch defect
Bij dergelijke incidenten kunnen veiligheids- en technische onderzoeken plaatsvinden.
De Wet lokaal spoor vormt het Nederlandse wettelijke kader voor veiligheid, beheer en gebruik van lokale spoorwegen zoals tram- en metrosystemen.
Een veiligheidsonderzoek en een civielrechtelijke letselschadeclaim hebben echter verschillende doelen.
Een onderzoek naar de oorzaak bepaalt daarom niet automatisch de volledige individuele aansprakelijkheid of schadevergoeding.
Wie moet u aansprakelijk stellen?
Dat moet uit de toedracht blijken.
Afhankelijk van het ongeval kan een relevante partij bijvoorbeeld zijn:
- de tramvervoerder
- een automobilist
- een andere verkeersdeelnemer
- een beheerder
- een onderhoudspartij
- een andere derde
Daarom moet niet automatisch worden aangenomen dat iedere tramclaim bij het vervoersbedrijf thuishoort.
Een goede beoordeling begint met:
**oorzaak → betrokken partijen → toepasselijke regels → aansprakelijkheid → schade.**
Bewijs na een tramongeval
Bij een tramongeval kunnen verschillende bewijsmiddelen beschikbaar zijn.
Denk aan:
- foto's van de verkeerssituatie
- foto's van letsel of materiële schade
- getuigenverklaringen
- camerabeelden
- voertuigcamera's
- informatie van tram- of verkeerspersoneel
- ritgegevens
- politiegegevens
- technische informatie
- ongevalsregistraties
Camerabeelden na een tramongeval
In en rond openbaar vervoer kan camerabewaking aanwezig zijn.
Ga er echter niet vanuit dat relevante beelden onbeperkt worden bewaard.
Bij een ernstig ongeval kan het verstandig zijn snel vast te leggen:
- datum
- tijd
- locatie
- tramlijn
- rijrichting
- voertuignummer indien bekend
- welke camera's mogelijk zicht hadden op het incident
Daarna kan worden beoordeeld welke mogelijkheden bestaan om relevante beelden tijdig veilig te stellen of op te vragen.
Letselschade claimen na een tramongeval
Als een andere partij geheel of gedeeltelijk aansprakelijk is, kan de schade door het tramongeval voor vergoeding in aanmerking komen.
Een letselschadeclaim bestaat doorgaans uit meer dan alleen medische kosten.
Ook financiële en praktische gevolgen kunnen relevant zijn.
Denk daarbij aan:
- tijdelijk niet kunnen werken
- hulp nodig hebben
- extra vervoer
- studievertraging
- beschadigde eigendommen
- langdurige beperkingen
De schade moet zoveel mogelijk worden gekoppeld aan het ongeval en worden onderbouwd.
Welke schade kan worden vergoed?
Afhankelijk van de omstandigheden kunnen bijvoorbeeld aan de orde komen:
- medische kosten die niet elders worden vergoed
- reiskosten
- beschadigde fiets, scooter of andere eigendommen
- beschadigde kleding en persoonlijke bezittingen
- verlies van inkomen
- verlies van arbeidsvermogen
- huishoudelijke hulp
- persoonlijke hulp
- studievertraging
- hulpmiddelen
- toekomstige schade
- smartengeld
Welke schade daadwerkelijk wordt vergoed hangt af van onder andere aansprakelijkheid, causaal verband en bewijs.
Smartengeld
Bij lichamelijk of psychisch letsel kan onder omstandigheden aanspraak bestaan op smartengeld.
De hoogte daarvan wordt niet bepaald door het enkele feit dat het een tramongeval was.
Onder andere kunnen relevant zijn:
- aard van het letsel
- ernst
- herstelduur
- blijvende beperkingen
- invloed op dagelijks leven
- psychische gevolgen
- leeftijd
- vergelijkbare gevallen
Er bestaat daarom geen standaardbedrag voor smartengeld na een tramongeval.
Voorschot op de schadevergoeding
Bij ernstiger letsel kan financiële schade ontstaan voordat de letselschadezaak definitief kan worden geregeld.
Wanneer aansprakelijkheid voldoende vaststaat, kunnen voorschotten op de schadevergoeding aan de orde zijn.
Dat kan bijvoorbeeld belangrijk zijn bij:
- inkomstenverlies
- kosten van hulp
- vervoerskosten
- andere noodzakelijke uitgaven
Een voorschot wordt later verrekend bij de definitieve schadeafwikkeling.
Wat als aansprakelijkheid wordt afgewezen?
Een vervoerder, verzekeraar of andere partij kan aansprakelijkheid afwijzen.
Kijk dan naar de reden van die afwijzing.
Wordt bijvoorbeeld gesteld dat:
- de andere verkeersdeelnemer door rood reed
- de trambestuurder niet meer kon stoppen
- de passagier door een normale beweging viel
- een andere partij het ongeval veroorzaakte
- de gevaarlijke situatie niet bestond?
Controleer vervolgens welke feiten en bewijzen dat standpunt ondersteunen.
Een eerste afwijzing is niet automatisch hetzelfde als een definitieve juridische beslissing.
Eigen schuld bij een tramongeval
Het gedrag van het slachtoffer kan soms aan de schade hebben bijgedragen.
Bijvoorbeeld wanneer iemand een verkeerssignaal negeert of een duidelijk gevaarlijke manoeuvre maakt.
Dat betekent niet automatisch dat de volledige schade voor eigen rekening komt.
Voor eigen schuld moet worden gekeken naar onder andere de bijdrage van de verschillende gedragingen aan het ontstaan van de schade en de overige omstandigheden van het geval.
Kind betrokken bij tramongeval
Bij een ongeval met een kind moet voorzichtig worden omgegaan met aannames over verkeersgedrag en eigen schuld.
Leeftijd kan juridisch relevant zijn voor wat redelijkerwijs van het kind mocht worden verwacht.
Bij ernstig letsel moet daarnaast rekening worden gehouden met mogelijke toekomstige gevolgen.
Denk aan:
- opleiding
- ontwikkeling
- toekomstige arbeid
- langdurige hulp
- blijvende beperkingen
Een ernstige letselschadezaak van een kind moet daarom niet te vroeg definitief worden afgewikkeld wanneer de toekomst nog onvoldoende kan worden overzien.
Psychische klachten na een tramongeval
Ook psychische gevolgen kunnen optreden.
Een slachtoffer kan bijvoorbeeld:
- angst ervaren in het verkeer
- bang worden om met de tram te reizen
- slecht slapen
- schrikreacties ervaren
- het ongeval steeds opnieuw beleven
Daarmee kan niet op basis van deze pagina worden vastgesteld dat sprake is van een bepaalde diagnose.
Bij ernstige of aanhoudende klachten is passende professionele beoordeling belangrijk.
Medische zorg vóór de claim
Medische veiligheid komt vóór juridische afhandeling.
Heeft u acute of ernstige klachten, zoek dan passende medische hulp.
Ook klachten die pas later duidelijk worden of aanhouden kunnen reden zijn voor medische beoordeling.
Een letselschadeclaim moet nooit de reden zijn om noodzakelijke zorg uit te stellen.
Medische en juridische causaliteit
Bij letselschade spelen twee verschillende soorten vragen.
**Medisch:** Welke klachten en beperkingen zijn aanwezig en welke diagnostiek of behandeling is passend?
**Juridisch:** Welke schade staat juridisch in voldoende verband met het tramongeval?
Deze beoordelingen moeten uit elkaar worden gehouden.
Een jurist stelt geen medische diagnose. Een medische diagnose bepaalt andersom niet automatisch welke schade juridisch moet worden vergoed.
Ook hoeft bij een letselschadezaak niet zonder meer het gehele medische dossier te worden verstrekt.
Bij medische informatie moeten relevantie, noodzakelijkheid en proportionaliteit worden bewaakt.
Veelgemaakte fouten na een tramongeval
Probeer onder andere deze fouten te voorkomen:
- aannemen dat een tram altijd voorrang heeft
- aannemen dat de tramvervoerder altijd aansprakelijk is
- alleen naar het botsmoment kijken
- te snel een definitieve schulderkenning doen
- medische klachten niet laten beoordelen
- medische en juridische causaliteit door elkaar halen
Tramongeval stap voor stap beoordelen
Voor een zorgvuldige aansprakelijkheidsbeoordeling kunnen onder andere deze vragen relevant zijn:
- Wat voor tramongeval vond plaats?
- Was het slachtoffer passagier of andere verkeersdeelnemer?
- Waar vond het ongeval plaats?
- Welke tram en vervoerder waren betrokken?
- Welke verkeerslichten of signalen golden?
- Wat deden de betrokkenen vlak vóór het ongeval?
- Speelde een technisch of infrastructureel probleem een rol?
- Zijn er getuigen?
- Zijn camerabeelden of voertuiggegevens beschikbaar?
- Welk letsel en welke schade zijn ontstaan?
Pas daarna kan zorgvuldig worden vastgesteld wie moet worden aangesproken.
Letselschade na een ongeval met een tram?
Bent u gewond geraakt door een tram, tijdens een tramrit, bij een halte of bij het in- of uitstappen? Dan kan het zinvol zijn om de toedracht, aansprakelijkheid en mogelijke schade gestructureerd in kaart te brengen.
Via de [claimscan](/claimscan?r=ongeval-met-tram) kunt u uw situatie nader bekijken.
De claimscan vervangt geen medische beoordeling. Bij gezondheidsklachten staat passende medische zorg voorop.
Tip — noteer lijn, voertuignummer, halte en tijd
Kunt u dat veilig doen, noteer dan direct na het incident de tramlijn, rijrichting, halte, tijd en eventueel het voertuignummer. Daarmee kan later veel eenvoudiger worden vastgesteld welke rit en welke camerabeelden of andere gegevens relevant kunnen zijn.
Waarschuwing — veiligheid bij tramrails
Blijf na een ongeval niet onnodig op of vlak naast de tramrails staan om foto's te maken of schade te bekijken. Ander tram- en wegverkeer kan gevaar opleveren. Veiligheid gaat voor bewijsverzameling.
Wat moet u doen na een ongeval met een tram?
Zorg voor veiligheid
Breng uzelf niet in een gevaarlijke positie rond tramrails of ander verkeer. Bij een noodsituatie moeten hulpdiensten worden ingeschakeld.
Laat letsel beoordelen
Laat acute of ernstige klachten onmiddellijk medisch beoordelen. Ook aanhoudende of later ontstane klachten kunnen aanleiding zijn om medische hulp te zoeken.
Meld het ongeval
Meld het incident indien mogelijk bij personeel, vervoerder of politie, afhankelijk van de ernst en situatie.
Leg de locatie vast
Maak indien veilig mogelijk foto's van kruispunt, tramrails, verkeerslichten, halte, voertuigen en andere relevante omstandigheden.
Noteer tramgegevens
Noteer lijn, rijrichting, halte, tijd en indien zichtbaar het voertuignummer.
Verzamel getuigen
Vraag mensen die het ongeval hebben gezien om naam en contactgegevens.
Denk aan camerabeelden
Onderzoek snel welke camera's het incident mogelijk hebben vastgelegd.
Bewaar schadegegevens
Bewaar medische documenten, facturen, bewijs van beschadigde spullen, reiskosten en gegevens over inkomstenverlies.
Laat de aansprakelijkheid beoordelen
Bij letsel of discussie over de oorzaak kan juridische beoordeling zinvol zijn. Daarbij moet eerst worden bepaald welk aansprakelijkheidsregime op de specifieke tramsituatie van toepassing is.
Voorbeeldsituatie
Voorbeeld: auto slaat over tramrails af
Een automobilist wil links afslaan en moet daarvoor een trambaan oversteken. Vanuit dezelfde richting nadert een tram. Tijdens het oversteken ontstaat een botsing. Bij de aansprakelijkheidsbeoordeling kan worden gekeken naar de verkeerslichten en signalen, het moment waarop de auto de rails opreed, de afstand tot de tram, de snelheid en de mogelijkheid voor beide bestuurders om op de situatie te reageren. De mededeling dat een tram "altijd voorrang heeft" is onvoldoende om zo'n ongeval zorgvuldig te beoordelen.
Voorbeeldsituatie
Voorbeeld: uitstappende reiziger en fietser
Een reiziger stapt uit een tram en moet een fietspad oversteken om de stoep te bereiken. Op dat moment nadert een fietser en ontstaat een botsing. Dan moet zorgvuldig worden gekeken naar de inrichting van de halte, de toepasselijke verkeersregels, de zichtbaarheid van de uitstappende reiziger en het gedrag van beide personen. De aansprakelijkheid kan niet uitsluitend worden bepaald door te zeggen dat de fietser reed of dat de reiziger uit de tram kwam.
Voorbeeldsituatie
Voorbeeld: reiziger valt bij noodstop
Een staande reiziger bevindt zich in een tram wanneer deze plotseling hard remt. De reiziger valt en loopt schouderletsel op. Later blijkt dat een auto onverwacht de trambaan was opgereden. Dan kan niet alleen worden gekeken naar de trambestuurder. Ook het handelen van de automobilist kan van groot belang zijn voor de aansprakelijkheid.
Veelgestelde vragen
Lees ook
Juridische achtergrond
Relevant letsel
Schadevergoeding
Wat kunt u nu doen?
Wilt u weten of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding?
Controleer met de gratis AI-claimscan of u mogelijk recht heeft op schadevergoeding.
De AI-claimscan wordt aangeboden via Claims.nl.
Liever een letselschadeadvocaat spreken?
Heeft u letsel opgelopen bij een verkeersongeval en wilt u uw mogelijke letselschadezaak met een advocaat bespreken? Bel gratis 0800-6134.
U wordt rechtstreeks doorgeschakeld naar het letselschadekantoor waarmee Verkeersongevallen.nl samenwerkt. Dit nummer is uitsluitend bedoeld voor mogelijke letselschadezaken.
Deze informatie is algemeen van aard en vormt geen juridisch advies. Wat in uw situatie geldt, is afhankelijk van de omstandigheden. Zie ons redactioneel beleid en onze disclaimer.